Enguerrand Artaz (LFDE): ‘En aan het einde wint China?’

Een grotere tegenstelling in de omgang met het conflict in Iran valt moeilijk te bedenken. Tegenover de wraakzuchtige, losgeslagen stijl van Donald Trump, die te pas en te onpas de meest tegenstrijdige boodschappen de wereld in stuurt, plaatst China een ordelijk gestructureerde strategie. Aan het begin van de vijandelijkheden liet Beijing amper van zich horen. Het veroordeelde de Amerikaans-Israëlische aanvallen en riep op tot een staakt-het-vuren, maar zonder echt aan te dringen, meent Enguerrand Artaz, strategisch analist bij La Financière de l’Échiquier (LFDE).

Beetje bij beetje voerde China nadien bij monde van minister van Buitenlandse Zaken Wang Yi wel de toon op, maar pas eind maart ondernam het ook concreet actie, te beginnen met de gesprekken waarmee Pakistan trachtte Iran en de Verenigde Staten nader tot elkaar te brengen. Dat initiatief van Islamabad kwam namelijk duidelijk tot stand op aansturen van Beijing, dat korte tijd later overigens ook officieel aanschoof bij de gesprekken.

Dat China dit moment koos om in het conflict met Iran meer op de voorgrond te treden, lijkt hoegenaamd geen toeval. De termijn van vier tot vijf weken die Donald Trump bij de start van het conflict in het vooruitzicht stelde, loopt stilaan af, en de druk op de energieprijzen loopt op. Heel wat landen, ook China, beginnen de economische gevolgen te voelen. Nu de behoefte aan een oplossing steeds nijpender wordt, werpt China zich op als een geloofwaardige speler. Het doet dat bovendien op een manier die fel contrasteert met de chaotische strategie en communicatie van de Verenigde Staten, en positioneert zich als een de-escalerende en stabiliserende factor.

Wedden op twee paarden

Dat lijkt misschien paradoxaal, want alle officiële ontkenningen ten spijt is het vrij duidelijk dat China Iran militair steunt, met door navigatie- en geleidingssystemen te bezorgen voor de uitvoering van precisieaanvallen. Maar Beijing wedt op twee paarden: terwijl het achter de schermen zijn geopolitieke invloedssfeer beschermt, treedt het officieel naar voren als een toonbeeld van verzoening en balans. Nu de VS zich steeds wispelturiger tonen, levert dat overduidelijk geopolitieke winst op, zeker in het ‘Mondiale Zuiden’.

Op korte termijn is China niet immuun voor de economische gevolgen van het conflict, ook al kreeg een aantal schepen ter bestemming van China toelating om door de Straat van Hormuz te varen. Zo kijkt de Chinese chemiesector, die erg afhankelijk is van aanvoer via die zeeweg, tegen een forse kostenstijging aan. Dat betekent een behoorlijke klap voor het concurrentievermogen van die sector, met name op de Europese markt, waar China zich steeds meer als prijsbreker opwerpt. Op langere termijn zitten er voor China echter heel wat positieve kanten aan. Om te beginnen drukt het conflict in Iran de wereld nog eens met de neus op het feit dat haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen gevaren inhoudt – voor het milieu, maar in dit geval vooral ook voor de soevereiniteit. Dat zal het streven naar energieonafhankelijkheid en de elektrificatie ongetwijfeld kracht bijzetten. En laat dat nu net een domein zijn waarop de Chinese industrie vooroploopt, zowel aan opwekkingszijde (denk aan zonnepanelen en kernenergie) als aan verbruikszijde (elektrische auto’s).

De yuan als referentiemunt

En door een grotere rol te spelen in het bereiken van een oplossing voor het conflict in Iran, krijgt China meer mogelijkheden om de aankoop van zijn grondstoffen in yuan te betalen in plaats van in dollar. Daar zet Beijing in zijn streven naar wereldleiderschap sterk op in. Hoewel zijn status als veilige haven door het grillige buitenlandbeleid van Trump onder druk staat, blijft de Amerikaanse dollar veruit de belangrijkste reservemunt ter wereld én de referentiemunt voor de grondstoffenhandel. Die positie tracht Beijing actief te ondergraven in de hoop beetje bij beetje de yuan als referentiemunt ingang te doen vinden. Dat is een werk van lange adem, maar gebeurtenissen zoals het conflict in Iran kunnen dat proces versnellen.

Voor beleggers is het van belang om verder te kijken dan de volatiliteit op korte termijn. De ontwikkelingen in het Midden-Oosten zullen de steeds verder om zich heen grijpende deglobalisering aanjagen, de ontkoppeling tussen de regio’s op conjunctureel vlak uitdiepen, de onbetwiste leiderspositie van de VS op losse schroeven zetten en de noodzaak van soevereiniteit versterken. Dat vooruitzicht pleit meer dan ooit voor een regionale spreiding van beleggingen en een positionering op basis van de fundamentele trends die naar verwachting zullen bijdragen aan de transformatie van de internationale betrekkingen.

Steun Brent op 89 dollar

Brent is vanmorgen met 10% gedaald naar ruim $ 94 per vat. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het staakt hert op komst is tussen de Verenigde Staten en Iran. Hierdoor ontstaat ook ruimte voor een verdere prijsdaling, hoewel beleggers niet overmoedig moeten worden om daarop in te spelen. Hij blijft uiterst speculatief. Een duidelijke weerstand ligt iets boven de $ 80 per vat.

Vraagtekens rond inflatie stelt beleggers voor dilemma

Door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten denken beleggers met enige huivering terug aan het jaar 2022, toen na de invasie van Rusland in Oekraïne de inflatie omhoogschoot naar zo’n 10%. Centrale bankiers dachten eerst aan een tijdelijk effect, maar zagen zich later genoodzaakt de rente in meer stappen te verhogen. De rem op de economische groei leidde tot dalende aandelenkoersen, waarbij alleen de energiesector een positief rendement liet zien. Hoe groot is in 2026 de kans op een herhaling van zetten en welke energieaandelen hebben tot nu toe het sterkst gereageerd op het nieuws? Geschreven door eToro-marktanalist Jean-Paul van Oudheusden

10% inflatie nog niet in lijn der verwachting

Door de blokkade van de Straat van Hormuz is er sprake van een klassieke aanbodschok. De mogelijke inflatie die daardoor ontstaat is een combinatie van twee effecten. In de eerste ronde is er sprake van een verhoogd niveau, omdat afnemers van olie en gas direct hogere prijzen moeten betalen. In de tweede ronde worden hogere brandstofprijzen doorberekend in consumentenprijzen, met uiteindelijk hogere looneisen tot gevolg. Op dat moment is er sprake van een structureel hoger prijsniveau. Zo ver is het nu nog niet.

Het IMF hanteert de vuistregel dat 10% hogere energieprijzen resulteren in 0,4% hogere inflatie. Die lijn volgend betekent het dat een inflatie van 10%, zoals in 2022, bij een olieprijs van ongeveer $110 per vat nog niet in zicht is. Omdat goedkope energie een belangrijke variabele is voor economische groei houdt de markt er bovendien rekening mee dat verreweg de meeste overheden zich zullen inspannen om de prijzen weer omlaag te krijgen.

Meerdere alternatieven voor olie en gas uit het Midden-Oosten

Zolang de Straat van Hormuz beperkt toegankelijk blijft en mogelijk ook de vaarroute door de Rode Zee wordt belemmerd, is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Daarvoor gaat een te groot deel van de wereldhandel door deze vaarroutes. Dat plaatst beleggers voor een lastige keuze: portefeuilles wel of niet afdekken tegen hogere inflatie? Het zijn twee scenario’s met ver uiteenlopende uitkomsten. Het is interessant om te zien welke energieaandelen tot nu toe het sterkst op de ontwikkelingen hebben gereageerd (zie tabel).

De eerste gedachte van veel beleggers zal uitgaan naar de grootste olie- en gasmaatschappijen ter wereld, waaronder ExxonMobil, Shell en Cheniere Energy. Tegelijkertijd is het niet ondenkbaar dat politici, in het belang van de consument, de onverwacht hoge winsten van deze bedrijven willen afromen in de vorm van bijvoorbeeld een extra belasting (Europa) of een prijsplafond (Verenigde Staten). Om dat risico te ontlopen kan worden gedacht aan alternatieven, zoals raffinaderijen, olieproducenten uit andere landen, uitbaters van steenkolenmijnen of leveranciers van infrastructuur voor alternatieve energie.

Door het uitvallen van raffinaderijen in het Midden-Oosten kunnen raffinaderijen in de rest van de wereld meer vraag tegemoetzien. Overheden van Canada en Brazilië zijn minder genegen zich te bemoeien met prijszetting in de energiemarkt. Steenkool is allesbehalve populair, maar voor veel landen wel de snelste manier om het wegvallen van olie en gas uit het Midden-Oosten op te vangen. Leveranciers van batterijen en zonnepanelen kunnen goede zaken doen als landen versneld af willen van fossiele brandstoffen.

De tabel laat zien dat de markt vooralsnog vasthoudt aan aandelen van olie en gas producerende bedrijven, inclusief raffinage. Minder voor de hand liggende opties als steenkolen, batterijen en zonnepanelen hebben dit jaar nog geen grote koersbeweging laten zien. Daar liggen kansen voor beleggers als grote afnemers besluiten om daar toch voor te gaan.

Tabel. Koersrendementen voor een selectie van energieaandelen

Aandeel Segment Valuta Rendement * 2026 Rendement *

5 jaar

Petrobras Olie Brazilië USD 69% 137%
Valero Energy Raffinage USD 48% 221%
Cheniere Energy Gas USD 42% 284%
Canadian Natural Resources Olie Canada USD 37% 201%
ExxonMobil Olie USD 34% 180%
Shell Olie & gas USD 27% 129%
Peabody Energy Steenkool USD 11% 992%
BYD Batterijen USD 7% 77%
Jinko Solar Zonnepanelen USD -3% -40%

Bron: Yahoo Finance. Koersrendement van de aandelen op basis van de Amerikaanse beursnotering op basis van de koersontwikkeling t/m 1 april 2026.

Wat als de markt teruggaat naar ‘normaal’?

Positioneren voor het alternatieve scenario, aanhoudend lage inflatie doordat de rust in het Midden-Oosten terugkeert en energieprijzen dalen, lijkt eenvoudiger. Het hardst getroffen zijn de aandelenmarkten van Japan en Zuid-Korea in combinatie met dieselgebruikers in de transportsector, zoals vliegmaatschappijen, transportondernemingen en cruiseschepen. Op de Nederlandse beurs is een koersstijging van chipaandelen mogelijk als duidelijk wordt dat de inflatie niet noemenswaardig zal stijgen en centrale banken de rente niet hoeven te verhogen.

Het masterplan van Doegin voor Rusland

Wat drijft Rusland? Een voor het Westen verontrustende vraag, nu het land weer een belangrijke rol op het wereldtoneel opeist. Achter de schermen van het Kremlin neemt de invloed toe van ideoloog en filosoof Aleksandr Doegin. De Doegin-doctrine luidt dat de Amerikaanse wereldhegemonie moet worden gebroken, en dat Rusland de enige is die dat kan.

Lees hier verder: https://www.filosofie.nl/de-man-achter-ruslands-schimmige-wereldpolitiek

Eerder geplaatst in 2022.

Invesco,: De olieprijs zal verder stijgen en is er weinig ruimte voor aandelenmarkten om aan de druk te ontsnappen, terwijl de dollar sterk blijft

De kans op een snelle de-escalatie in het Midden-Oosten is aanzienlijk geslonken. Volgens Benjamin Jones, hoofdstrateeg bij vermogensbeheerder Invesco, zal de olieprijs verder stijgen en is er weinig ruimte voor aandelenmarkten om aan de druk te ontsnappen, terwijl de dollar sterk blijft. Opvallend is dat private markten voorlopig beter standhouden dan tijdens eerdere crises.

“Houthi-troepen mengen zich in het conflict, steeds meer Amerikaanse mariniers worden naar de regio gestuurd en Iran gaat door met drone- en raketaanvallen. Financiële markten schatten de kans op een snel staakt-het-vuren steeds lager in.”

Geen paniek op de beurzen

Toch reageren de markten vooralsnog beheerst, zegt Jones. “Wereldwijde aandelen verloren minder dan 2%, waarbij Amerikaanse aandelen het slechter deden dan veel andere regio’s.”

Ook op de obligatiemarkten zijn er volgens hem weinig tekenen van stress. “Kredietspreads zijn slechts beperkt opgelopen en de dollarindex steeg met zo’n 0,5%.” Die afwachtende houding verklaart hij door het feit dat beleggers voorafgaand aan maart al niet overdreven optimistisch waren. “De zwakte concentreert zich vooral bij de winnaars van vorig jaar, wat erop wijst dat beleggers posities afbouwen in plaats van massaal naar cash te vluchten.”

Invesco chart

Download

De instroom in ETF’s lag in maart lager dan in de voorgaande maanden, maar van brede uitstroom is volgens Jones geen sprake. “Goud-ETF’s kende een lichte uitstroom, vermoedelijk doordat centrale banken goud verkopen. Zo zou de Turkse centrale bank in de afgelopen twee weken zo’n 8 miljard dollar aan goud hebben verkocht.”

Centrale banken trappen op de rem

De markt verwacht inmiddels minder renteverhogingen van de dan een week geleden “De inflatieverwachtingen blijven relatief onder controle, waarschijnlijk door een evenwicht tussen hogere prijzen als gevolg van aanbodschokken en afnemende vraag in discretionaire sectoren. Ik blijf sceptisch over de vraag of centrale banken de momenteel ingeprijsde renteverhogingen daadwerkelijk zullen doorvoeren.”

De markten worden momenteel vooral door sentiment gedreven, stelt Jones; van fysieke verstoringen in het aanbod is voorlopig nog geen sprake. “Energieleveringen die vóór het conflict het Midden-Oosten verlieten, komen nog steeds aan. Maar als naar schatting 10% van het olieaanbod wegvalt, blijft dat niet zo.”

Wel vertragen leveringen en nemen sommige Aziatische landen al maatregelen om de vraag te beperken. Zo moeten in Thailand thuis werken en wordt het gebruik van airconditioning beperkt. Zuid-Korea roept burgers op korter te douchen. Jones: “Voorlopig blijft de economische impact beperkt, maar zwaardere maatregelen kunnen volgen. Dat kan analisten ertoe aanzetten hun winstverwachtingen neerwaarts bij te stellen, met verdere druk op de markten tot gevolg.”

Daarom verwacht Jones verdere dalingen van risicovolle beleggingen. Tegelijkertijd lijkt de private sector beter bestand dan tijdens eerdere crises. “Dat beperkt voorlopig de neerwaartse risico’s, maar ik blijf alert op signalen dat deze sentimentschok omslaat in een echte aanbodschok.”

Gaat Amerikaanse inflatie verdubbelen?

De sterke stijging van de olieprijs en andere commodity’s zal leiden tot een toename van de inflatie. Daar is iedereen het wel over eens, Maar tot hoe hoog? Het model voor de Amerikaanse inflatie wijst op een stijging tot boven de 4%, nu 2,4%. Wat gaan de centrale banken doen om een periode van een gemene stagflatie te voorkomen?

Investeringen zetten fotonica op de radar van beleggers

Wie vandaag naar de technologiesector kijkt, ziet vooral halfgeleiders, AI en elektrificatie. Daarnaast is er een vooralsnog minder tastbare, maar veelbelovende trend in opkomst: fotonica. Op 2 maart 2026 won fotonica wereldwijd aan aandacht doordat NVIDIA $2 miljard investeerde in zowel Lumentum als Coherent. De koersen van deze twee aandelen schoten in de afgelopen weken nog verder omhoog, omdat ze op 23 maart werden opgenomen in de toonaangevende S&P 500 Index. Ook andere fotonica-aandelen profiteerden in 2026 tot nu toe van de toegenomen belangstelling (zie tabel). eToro-marktanalist Jean-Paul van Oudheusden

Nederland speelt een sleutelrol

Fotonica draait om het gebruik van licht (fotonen) in plaats van elektriciteit (elektronen) om informatie te verwerken, te verzenden en te meten. De voordelen van fotonica zijn hogere snelheid, minder energieverlies en grotere bandbreedte. Dit zijn precies de knelpunten waar de grote technologiebedrijven tegenaan lopen bij het uitbouwen van cloud computing en AI.

Waar de klassieke chipindustrie wordt gedomineerd door de Verenigde Staten en Azië, is de basiskennis van fotonica breder verspreid, ook in Europa. Voor beleggers betekent dit er daarom ook dichter bij huis mogelijk kansen liggen. Ook Nederland heeft een sterke cluster rond Eindhoven en Twente met bedrijven en onderzoeksinstellingen die wereldwijd meedoen in niches zoals geïntegreerde fotonica, optische communicatie en sensortechnologie. Onder meer SMART Photonics, EFFECT Photonics en LioniX International worden vaak genoemd, al heeft vooralsnog geen van deze bedrijven een beursnotering. Besi is goed gepositioneerd voor de opkomst van fotonica, dankzij zijn leidende positie in geavanceerde packagingtechnologieën.

Levert fotonica de volgende ASML?

Net als bij lithografie gaat het bij fotonica om complexe technologie met hoge toetredingsdrempels en een cruciale rol op het gebied van wereldwijde infrastructuur. Fotonica biedt echter een bredere waardeketen met meerdere instappunten. Er is voorlopig nog geen duidelijke, dominante marktleider zoals ASML. De kansen liggen verspreid, van halfgeleiderbedrijven die indirect profiteren van optische integratie in AI en datacenters tot telecomspelers die direct inspelen op de groei van optische netwerken. Ongetwijfeld gaan in de komende jaren meerdere gespecialiseerde sensorbedrijven en nu nog jonge scale-ups een beursgang maken.

Fotonica is een blijvertje, timing is cruciaal

Fotonica is geen hype, maar een fundamentele technologie die steeds centraler komt te staan in de digitale economie. De combinatie van datagroei, energie-efficiëntie en technologische doorbraken maakt dat dit een thema dat de komende vijf tot tien jaar waarschijnlijk sterk aan relevantie wint.

Voor Nederlandse beleggers is het extra interessant dat Europa hier geen achtervolger is, maar op onderdelen juist vooroploopt.

De uitdaging voor beleggers zit niet in het herkennen van het potentieel, dat is wel duidelijk, maar in het selecteren van de juiste exposure. Timing is daarbij cruciaal: te vroeg instappen kan jaren van underperformance betekenen. Zoals vaker geldt zit de grootste belofte in de technologie, maar het rendement uiteindelijk in de bedrijven die de technologie het beste weten te commercialiseren.

Tabel. Beursgenoteerde fotonica-aandelen

Aandeel Valuta Beurswaarde
(in mrd)
Rendement
(2026)
Rendement (5 jaar)
Ciena USD 61 84% 713%
Lumentum USD 57 118% 806%
Coherent USD 53 48% 308%
Fabrinet USD 22 32% 617%
Besi EUR 15 40% 172%
Applied Optoelectronics USD 9 227% 1359%
Sivers Semiconductors SEK 4 239% -52%
Aixtron EUR 4 81% 89%
Soitec EUR 2 140% -67%

Bron: Google Finance. Beurswaardes en koersrendementen in lokale valuta op 25 maart 2026. In het verleden behaalde rendementen bieden geen garantie voor de toekomst.

FX Weekly – Valutascenario’s voor het Midden-Oosten conflict

De Canadese dollar en Amerikaanse dollar hebben het beter gedaan dan andere valuta’s, omdat ze beide energieleveranciers zijn en ver van het conflictgebied liggen. De euro en Japanse yen zijn juist zwakker geworden doordat Europa en Japan te maken hebben met hogere energiekosten en minder vertrouwen van investeerders. In deze analyse bekijken we drie mogelijke scenario’s, zoals ook beschreven in onze macro-publicatie.

Georgette Boele: valutadeskundige ABN Amro

Midden-scenario: Valuta’s van energie-exporteurs presenteren goed, de euro wordt zwakker ten opzichte van de dollar omdat investeerders euro’s blijven verkopen. Negatief scenario: De euro daalt scherper tegenover de dollar (mogelijk naar 1,05–1,10 USD), valuta’s van energie-exporteurs stijgen verder en de yen blijft zwak. Positief scenario: De euro en yen herstellen zich, EUR/USD stijgt naar 1,25 USD tegen het einde van het jaar, terwijl beleggers mogelijk winst nemen op valuta’s van energie-exporteurs.

Inleiding

Sinds het conflict tussen Israël/VS en Iran begin maart sterk escaleerde, heeft de Canadese dollar het beste gepresteerd, gevolgd door de Amerikaanse dollar. Dit komt doordat Canada en de VS beide energieproducenten zijn en geografisch ver van het Midden-Oosten liggen; ze worden dus minder geraakt als de energielevering wordt onderbroken. De euro en de Japanse yen zijn juist het meest gedaald van de belangrijkste valuta’s. Japan is sterk afhankelijk van energie-import, die vaak via de Straat van Hormuz komt, en de eurozone heeft meer last van de gestegen gasprijzen door het conflict (zie voor meer details).

Voor het conflict hadden veel investeerders longposities in euro’s, maar ze hebben een deel daarvan verkocht toen de situatie zich ontwikkelde. De linker grafiek op de volgende pagina laat zien hoeveel europosities er tot vorige week dinsdag in de futuresmarkt waren, en waarschijnlijk zijn er sindsdien nog meer verkocht. Nieuwe cijfers komen vrijdag.

Veranderingen in de obligatiemarkt en verwachtingen van inflatie hebben een grote rol gespeeld in de daling van de euro tegenover de dollar. De rechtergrafiek laat zien dat het verschil in reële rendementen (het tienjaars rendement op staatsobligaties minus verwachte inflatie) tussen Duitsland en de VS is gedaald, tegelijk met EUR/USD. Opvallend genoeg laat het verschil in nominale rendementen (de daadwerkelijke rente) niet dezelfde trend zien, vooral omdat hogere olieprijzen de inflatieverwachtingen hebben opgedreven. Op dit moment beïnvloeden reële rendementen de waarde van de euro tegenover de dollar sterker dan de nominale rente.

Er zijn verschillende manieren waarop het conflict zich verder kan ontwikkelen. Eerder deze week hebben we drie mogelijke scenario’s gepresenteerd. Meer informatie hierover vindt u . In dit rapport leggen we uit wat volgens ons met de valutamarkten gebeurt in elk van deze scenario’s.

Scenario’s

In het midden-scenario eindigt het conflict binnen twee maanden, de energielevering wordt hersteld. Energieprijzen blijven voorlopig hoog, waardoor de ECB een eenmalige renteverhoging van 25 basispunten doorvoert en de Fed dit jaar niet verlaagt. We verwachten dat de valutamarkten doorgaan zoals nu. Dit houdt in dat valuta’s van landen die energie exporteren, zoals Canada en Noorwegen, sterk blijven, vooral in vergelijking met de euro en de yen. We denken dat speculanten euro’s blijven verkopen, met name tegenover de Amerikaanse dollar. Valutamarkten hebben vooral aandacht voor stijgende olie- en gasprijzen en hoe centrale banken in de VS (de Fed) en Europa (de ECB) reageren. We verwachten dat het verschil tussen Duitse en Amerikaanse reële rente verder in het voordeel van de VS groeit (het verschil wordt negatiever), wat de euro waarschijnlijk verder laat zakken tegenover de dollar, naar een niveau tussen 1,10 en 1,15.

In het negatieve scenario duurt het conflict tot een jaar. Energieprijzen zijn langdurig hoger dan in het midden-scenario. Er ontstaat een tekort aan fysieke energielevering, ook naar Europa. De ECB verhoogt de rente drie keer met 25 basispunten. De Fed verhoogt mogelijk één keer met 25 basispunten voordat voorzitter Powell vertrekt; onder nieuw management verwachten we geen verdere verhogingen. Het verschil tussen de Duitse en Amerikaanse reële rente kan nog negatiever worden. Speculanten zouden dan al hun euro’s verkopen. Dat kan de euro verder laten dalen tegenover de dollar, naar een bereik van 1,05 tot 1,10. Valuta’s van energie-exporterende landen blijven waarschijnlijk stijgen, terwijl de yen zwak blijft. Dit negatieve scenario gaat niet uit van paniek op de valutamarkten. Bij paniek is liquiditeit bepalend voor valutamarkten en niet nominale of reële rendementsverschillen. In zo’n geval kopen beleggers alleen zeer liquide valuta’s zoals de Amerikaanse dollar en de Japanse yen.

In het positieve scenario eindigt het conflict deze maand. De energielevering normaliseert sneller en de olieprijzen dalen vlot. De ECB laat de rente ongewijzigd, zoals in het basisscenario, en de Fed verlaagt de rente drie keer met 25 basispunten in juni, september en december. De euro en yen herstellen zich. Reële en nominale rentes laten weer dezelfde beweging en richting zien die de euro steunt tegenover de dollar. Dit komt doordat het verschil tussen centrale banken, obligatierendementen en reële rentes tussen de VS en Europa in het voordeel van de euro verschuift. De markt let weer op de Amerikaanse economie, de Fed en de aankomende tussentijdse verkiezingen. We verwachten dat de euro eind dit jaar uitkomt op 1,25 tegenover de dollar, zoals we nu voorspellen. Valuta’s van energie-exporteurs kunnen een deel van hun recente winst verliezen doordat beleggers hun winst nemen.