| De Amerikaanse centrale bank zal de rente deze maand niet verlagen, wat bepaald niet zal helpen de politieke druk te verminderen, stelt Benoit Anne van vermogensbeheerder MFS. De aanvallen op de onafhankelijkheid van de Federal Reserve zijn volgens de obligatiestrateeg een belangrijk risico voor de financiële markten.
De onafhankelijkheid van de Fed staat opnieuw onder druk, en de actie tegen de Fed-voorzitter is een flinke escalatie, aldus Anne. “Wij zien de aanvallen op de Fed-onafhankelijkheid als een belangrijk risico voor de markten dit jaar en het zal op korte termijn zorgen voor een schok in het vertrouwen van beleggers wereldwijd. Wij verwachten dat de dollar zal dalen terwijl de yields op Amerikaanse staatsobligaties zullen stijgen, vooral aan het lange eind van de curve. Risicovolle activa, zoals aandelen, zullen tijdelijk minder in trek zijn.” De problemen rond de Fed maken nog eens duidelijk dat beleggers wereldwijd moeten spreiden. “Het overgrote deel van de marktvolatiliteit in de afgelopen maanden werd door de VS veroorzaakt, dus het is logisch om vanuit risicobeheer te spreiden over regio’s, activaklassen en valuta’s”, stelt Anne. “Vooral opkomende markten lijken die broodnodige spreiding te bieden, zeker gezien de neerwaartse risico’s voor de dollar. Lokale obligaties uit opkomende markten staan weer volop op de radar van beleggers. Wij denken dat lokale schulden uit opkomende markten dit jaar goed zullen presteren, niet alleen ten opzichte van de dollar, maar ook ten opzichte van de euro. Het is volgens Anne zeer onwaarschijnlijk dat de Fed deze maand de rente zal verlagen, omdat de meest recente werkgelegenheidscijfers niet voor paniek bij de centrale bank hebben gezorgd. “De markt heeft daarom een renteverlaging in januari inmiddels uitgesloten. Op dit moment wordt er slechts 45 basispunten aan renteverlagingen ingeprijsd voor het komende jaar, wat neerkomt op minder dan twee verlagingen. |
Categoriearchief: Rente
Michael Krautzberger (AllianzGI): ‘Ruimte voor verdere renteverlaging in 2026’
Naar verwachting komt er geen renteverlaging tijdens de volgende ECB-vergadering op 16 december. Gezien de verrassende groei en de inflatie die dicht bij de doelstelling blijft, is het huidige beleid van de ECB gepast. Dat stelt Michael Krautzberger, CIO Public markets bij Allianz Global Investors. Omdat de inflatie verder kan dalen, is er mogelijk wel ruimte voor een verdere renteverlaging in het eerste halfjaar van 2026.
Centrale bankiers uit de eurozone blijven ‘comfortabel’. In tegenstelling tot hun tegenhangers in de VS, het VK en Japan – die worstelen met een te hoge inflatie – of de Zwitserse Nationale Bank, die te maken heeft met een te lage inflatie, schommelt de Europese inflatie al enkele maanden dicht bij de doelstelling. De groei ligt dicht bij de trend – het bbp van de eurozone groeide in het derde kwartaal met 0,3% op kwartaalbasis. Dat is veel hoger dan de ECB-prognose van september van 0,0% op kwartaalbasis – en de arbeidsmarkt lijkt stabiel, wat suggereert dat de economie dicht bij het potentieel draait.
In deze context verwachten we geen renteverlaging tijdens de volgende ECB-vergadering. Uit de notulen van de vergadering van oktober blijkt dat verschillende beleidsmakers stellen dat kleine afwijkingen van de doelstelling moeten worden genegeerd en dat beleidsmaatregelen moeten worden gereserveerd voor grotere schokken. Zelfs de meest dovish stemmen – zoals Fabio Panetta (Bank of Italy) en François Villeroy (Banque de France)- zeggen de laatste tijd niet meer dat de rente verlaagd moet worden. Aanpassingen worden niet uitgesloten, maar het is onwaarschijnlijk dat de ECB ingaat tegen de marktprijzing dat de volgende stap een verhoging zal zijn in plaats van een verlaging.
Er kan nog steeds ruimte zijn voor een renteverlaging in H1 2026, omdat de inflatie in het eerste kwartaal kan dalen tot ~1,5% als gevolg van energie-effecten. De onderhandelde loonstijging is gedaald tot onder de drempel van 3% die consistent is met de inflatiedoelstelling van 2%, en volgens de ECB-trackers en onze eigen analyse zal dit zo blijven. Meer in het algemeen blijft er een structureel probleem: de economie van de eurozone ligt nog steeds 5% onder de trend van voor de pandemie, wat vragen oproept over de zwakke vraag en de potentiële output gap op de langere termijn.
Dat gezegd hebbende, zijn de vooruitzichten op de korte termijn aan het verbeteren. Schokken uit het verleden, zoals de gascrisis en de verkrapping van de ECB, vervagen en grootschalige infrastructuuruitgaven in Duitsland kunnen de door de EU gefinancierde investeringshausse uitbreiden van de periferie naar de kernlanden. In Europa’s sterkst groeiende economie, Spanje, zijn er duidelijke tekenen dat de inflatie weer aantrekt – hoewel deze zouden moeten worden gecompenseerd door de aanhoudend lage inflatie in Frankrijk. Zonder nieuwe schokken, bijvoorbeeld van het Amerikaanse handelsbeleid of de volatiliteit op de financiële markten, kan het venster voor een nieuwe renteverlaging van de ECB snel sluiten, waardoor de kans op een renteverlaging in 2026 afneemt.
Greg Hirt: ‘Japanse renteverhoging verwacht, commentaar BoJ belangrijk voor marktreactie ’
Naar verwachting zal de Bank of Japan tijdens de vergadering deze week de beleidsrente verhogen naar 0,75%. Deze stap is grotendeels ingeprijsd, waardoor de marktreactie vooral zal afhangen van de toelichting en de vooruitzichten voor verdere renteverhogingen. Beleggers zullen met name letten op signalen over het uiteindelijke renteniveau en het tempo van de verkrappingscyclus. Dat meent Greg Hirt, CIO Multi Asset bij Allianz Global Investors.
De BoJ staat voor een lastige afweging. De yen is opnieuw verzwakt, wat het risico op kostengedreven inflatie vergroot, terwijl de centrale bank juist hoopt op een duurzaam herstel van de reële inkomens. Tegelijkertijd zijn de langetermijnrentes sterk opgelopen. Daar staat tegenover dat de economische omstandigheden redelijk gunstig blijven: de groei is positief, het begrotingsbeleid ondersteunt de economie, loonstijgingen komen op gang en de inflatie beweegt richting de doelstelling. In deze context lijkt een renteverhoging met 25 basispunten gerechtvaardigd.
Omdat de renteverhoging al is ingeprijsd, zal de markt vooral reageren op nuances in de toelichting van gouverneur Ueda. Daarbij zijn signalen over de neutrale rente, eventuele zorgen over de zwakke yen en de houding van de BoJ ten opzichte van stijgende langetermijnrendementen van belang. Als de centrale bank de nadruk legt op data-afhankelijkheid en terughoudend blijft over vervolgstappen, kan dit als voorzichtig of dovish worden geïnterpreteerd.
Wat betreft onze positionering blijven wij positief over Japanse aandelen. Het monetaire beleid is nog steeds ondersteunend, de winstontwikkeling is solide en zowel mondiale groei als mogelijke fiscale stimulering bieden steun. Voor de yen hanteren wij een neutrale visie: de munt is ondergewaardeerd, maar één renteverhoging is waarschijnlijk onvoldoende voor een structurele ommekeer. Voor Japanse staatsobligaties blijven wij onderwogen, omdat de renteverhogingscyclus nog niet voltooid lijkt en de risico’s op verdere stijging van de lange rentes overheersen.
[delay hour
