Categoriearchief: Opinie

NXP profiteert van verbreding chiprally naar industriesector

Terwijl beleggers het nog hebben over de snelle spurt van ASML tot boven de €1000 in de afgelopen dagen, dient zich de volgende verrassing alweer aan. Het achtergebleven aandeel van NXP veerde gisteren met 10% op als reactie op betere vooruitzichten bij sectorgenoot Microchip. De opleving van NXP is exemplarisch voor een verbreding van de chiprally, waarbij de markt zich nu specifiek richt op robotisering en andere industriële toepassingen. Geschreven door eToro-marktanalist Jean-Paul van Oudheusden.

Van geheugenchips naar meer machines en industrie
Lange tijd werd de chiprally vormgegeven door NVIDIA en een handvol andere, grote technologiebedrijven. De eerste tekenen van verbreding werden zichtbaar in de laatste vier maanden van 2025, toen geheugenchipfabrikanten zoals Micron, SK Hynix en Samsung sterk presteerden dankzij investeringen in datacenters en AI. Beperkte capaciteit leidde tot stijgende prijzen en aantrekkende marges. Eind december raakten de makers van chipmachines, waaronder ASML, ASM en Besi opnieuw in trek door het rondkomen van financiering voor nieuwe fabrieken ter uitbreiding van de capaciteit. In de slipstream daarvan lijken beleggers zich nu te storten op de leveranciers van chips voor de industriesector.

Opleving bij NXP exemplarisch voor verbreding van de trend
NXP maakt minder geavanceerde chips voor specifieke taken in auto’s, fabrieken, energiesystemen en smartphones. Door lagere vraag uit die eindmarkten is de omzet in de afgelopen vier jaar gestagneerd, met een gemiddeld genomen zijwaarts bewegende beurskoers. Daarin lijkt nu verandering te komen. Tijdens de jaarlijkse Consumer Electronics Show in Las Vegas kondigden NVIDIA en Siemens aan hun samenwerking uit te werken naar het bouwen van een bestuurssysteem voor de industriesector. Ook robotaxi’s winnen steeds meer terrein in de VS en China en komen in 2026 ook naar Europa. Dit soort ontwikkelingen maakt beleggers enthousiast.

Is de opwaartse trend duurzaam?
Het korte antwoord is ja, met nuance. De chiprally is geen eendimensionale hausse, maar een gelaagde groei door eindmarkten die niet tegelijk pieken. Datacenters en AI blijven belangrijk, maar niet meer exclusief. Industriële automatisering, elektrificatie, rijhulpsystemen en energie-efficiëntie zorgen structureel voor meer chips per product. Zelfs beperkte volumegroei kan daardoor leiden tot een hogere structurele vraag. Dat gaat wel gepaard met de volatiliteit die we in de chipsector gewend zijn.

ING BeleggersBarometer: bescheiden optimistische blik op 2026

Het vertrouwen van Nederlandse particuliere beleggers is in december opnieuw gedaald. De ING BeleggersBarometer noteert 118 punten, 5 punten lager dan de stand in november. Daarmee zet de neerwaartse trend door. Onder de oppervlakte groeit de voorzichtigheid: beleggers beoordelen zowel de economische situatie als hun eigen portefeuille minder positief dan vorige maand. Toch zijn de beleggers bescheiden optimistisch over 2026.
Grafiek%20ING%20BeleggersBarometer%20dec.png
Beleggers zien de economische situatie in Nederland somberder in dan vorige maand. Het aandeel dat een verslechtering constateert, steeg van 20% naar 26%. Ook de ontwikkeling van de eigen portefeuille stemt minder optimistisch: 53% van de beleggers zag waardegroei, tegenover 62% in november, terwijl het aandeel dat een daling ervoer opliep naar 22% (vorige maand 14%). Het gemiddelde maandrendement kwam uit op 5,8%, maar het aantal beleggers met verlies nam toe van 9% naar 15%.

Verwachtingen voor AEX blijven vlak

Voor de komende drie maanden verwacht 42% van de beleggers een stijging van de AEX, gelijk aan november. Een kwart van hen voorziet een daling. Opvallend is dat de in september voorspelde AEX-stand voor december (904) te laag blijkt te zijn. Tijdens de onderzoeksperiode schommelde de AEX tussen 933 en 950. Voor maart verwachten beleggers nu 947, lager dan de vorige prognose voor februari (969).

Prognose 2026

Vooruitkijkend naar 2026 verwachten beleggers vooral bescheiden rendementen. De helft rekent op een stijging van 0 tot 5%, terwijl 35% een rendement tussen 5 en 10% voorziet. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van december 2022 (19%). “Deze bescheiden rendementsverwachtingen getuigen van realisme en voorzichtigheid bij beleggers”, zegt Bob Homan, hoofd ING Investment Office. Opvallend is dat 51% van de beleggers sterke koersschommelingen voorziet in 2026, een duidelijke toename ten opzichte van voorgaande jaren. “Die verwachte volatiliteit sluit aan bij onze visie voor 2026”, aldus Homan. “AI zal een nog grotere rol spelen als verbindende factor tussen technologie en economie. Het ene moment anticipeert de markt op grote productiviteitsstijging door AI, het volgende moment overheerst de vrees voor een ‘bubble’.”

Aandelen blijven favoriet: 58% van de beleggers verwacht dat deze categorie het hoogste rendement oplevert. Cryptomunten verliezen terrein. Slechts 13% ziet hierin nog de meeste kansen, tegenover 21% een jaar geleden. “Door de mindere koersontwikkeling dit jaar is de populariteit van crypto afgenomen”, zegt Homan. “Traditionele beleggingen, zoals aandelen, presteerden duidelijk beter.”

Beleggers zien de IT-sector als de meest kansrijke sector voor het komende jaar, terwijl gezondheidszorg en retail als minst aantrekkelijk worden beschouwd als het gaat om rendementskansen. Homan: “De IT sector was een jaar geleden ook al de favoriet en dat heeft beleggers die dit in hun beleggingsportefeuille hebben doorgevoerd geen windeieren gelegd.”

Beleggersbarometer-dec25.png

ING CEO Survey: Grote Nederlandse bedrijven versnellen innovatie en investeringen in AI

Nederlandse topbestuurders zetten in 2026 vol in op versnelling van AI-toepassingen, naast innovatie op cybersecurity en technologische doorontwikkeling van producten en diensten. Maar liefst 90% van de ondervraagden voert het tempo op. AI wordt beschouwd als kans én zorg: de financieringsbehoefte voor nieuwe investeringen is groot, de personeelsbehoefte verschuift en er wordt een sterke impact op processen en taken voorspeld. Tekorten op de arbeidsmarkt zijn een andere grote zorg. Toch zijn veruit de meeste bestuurders optimistisch over 2026. Dat geldt ook voor de verkiezingsuitslag. De meerderheid heeft voorkeur voor een centrumrechts kabinet. Dit en meer blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van ING onder bestuurders van grote Nederlandse (beursgenoteerde) bedrijven naar hun strategische prioriteiten.

AI-investeringen hoge prioriteit

De opkomst van AI heeft een steeds grotere impact op het bedrijfsleven. Het zorgt voor meer investeringen en het aantrekken van talent voor nieuw ontstane functies, terwijl andere functies vervallen. 62% van de bestuurders ziet nu al sterke impact op de bedrijfsprocessen en maar liefst 84% verwacht grote invloed op het verdienmodel de onderneming. Investeringen in AI hebben dan ook een hoge prioriteit: in IT-infrastructuur, zoals cloud en datacenters maar ook in operationele efficiëntie en data-analyse. Bijna driekwart van de managers denkt deze investeringen binnen twee jaar terug te verdienen. Komend jaar ligt de strategische focus vooral op drie punten: het financieren van AI-initiatieven (56%), het aantrekken van personeel voor nieuwe functies (48%) en het doen van overnames om technologische capaciteiten te versterken (39%).

Mark Milders, directeur Wholesale Banking bij ING Nederland: “De snelle AI-ontwikkelingen gaan in 2026 steeds meer invloed hebben op de bedrijfsvoering en investeringen van Nederlandse bedrijven. Dat zal tot veel veranderingen gaan leiden, met behoorlijk ingrijpende gevolgen voor de bedrijfsvoering en verschuiving van zwaartepunten van functies op de arbeidsmarkt. AI zal komend jaar ook voor het aanstaand kabinet een belangrijk thema moeten worden: hoe blijven onze bedrijven vooroplopen in de technologierace?”

Meer zekerheid over vervangen functies door AI

Steeds meer topbestuurders verwachten dat AI functies gaat vervangen. Een kwart verwacht dat dit ‘zeker’ zal gebeuren, waar dat de afgelopen twee jaren 19% en 6% was. De gemiddelde verwachting is dat een kwart van de functies in huidige vorm verandert. Alle AI-typen hebben impact, met Machine Learning (voorspellende modellen) als belangrijkste, gevolgd door AI voor data-analyse en BI, daarna RPA (intelligente automatisering) en Generative AI (tekst, beeld, content). De meeste impact wordt binnen de IT-afdeling verwacht, gevolgd door R&D en sales. Milders: “Omdat er nieuwe functies ontstaan, staat ook het aantrekken van personeel hoog genoteerd bij bestuurders. Repetitief werk wordt veelal overgenomen, waardoor er meer tijd vrijkomt voor werknemers om waarde te creëren voor het bedrijf. Ik verwacht dat ook bij onszelf. Doordat we veel eenvoudige administratieve taken kunnen wegnemen komt er meer tijd vrij om waarde toe te voegen voor onze corporate klanten.”

Concurrentiepositie Nederland prioriteit

De uitkomst van de Tweede Kamerverkiezingen wordt door een grote meerderheid van de bedrijfsbestuurder als positief gezien. 84% ziet de verkiezingsuitslag als (zeer) positief voor bedrijfsvoering en 87% verwacht dat de uitslag ervoor zal zorgen dat de economische groei voor Nederland hiermee behouden blijft. Topprioriteiten voor het nieuw te vormen kabinet zijn volgens de bestuurders het verbeteren van de concurrentiepositie (18%), aandacht voor de digitale infrastructuur en AI (15%), fiscale stimulansen voor bedrijven (12%) en het aanpakken van de arbeidstekorten (12%).

Met de opkomst van AI is er veel meer vraag naar datacenters. De helft van de managers vindt dat Nederland voldoende investeert in deze centra, maar de andere helft zegt dat er ruimte is om meer te investeren in deze AI-infrastructuur. Gevraagd of Nederland een leidende AI-hub moet worden zegt 47% dit te willen.

Meer optimisme maar ook zorg over investeringen AI

Maar liefst 92% van de bestuurders is (zeer) optimistisch over 2026 met betrekking tot hun bedrijf. Dat is meer dan in 2025 (85%). Bovenaan de lijst van zorgen staat het toenemende AI-gebruik, gevolgd door personeelstekorten en voldoende kunnen investeren in digitalisering. Om talent te behouden wordt ingezet op carrièremogelijkheden, aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en ondersteuning bij werk-privébalans. Het aantrekken of behouden van Gen-Z is meestal geen bewuste strategie; slechts 16% speelt hierop in via ontwikkeling en flexibele werkregelingen.

Importheffingen zetten bedrijven onder druk

Handelsoorlogen en stijgende kosten door inflatie, energie en importtarieven zien de topbestuurders als meest zorgwekkende gevolgen van de huidige geopolitieke spanningen. De dreiging van cyberaanvallen wordt breed herkend en goed omgaan met aanhoudende inflatie is meer speerpunt voor 2026 dan het afgelopen jaar. Ook onzekerheid over importtarieven, minder voorspelbare internationale markten en valuta, en dalend vertrouwen van buitenlandse investeerders baren zorgen. De importheffingen zetten de positie van Nederlandse bedrijven in de VS onder druk, zo ervaart 84%, maar de bestuurders stellen ook dat hun onderneming bestand is tegen de tarieven en economische schokken zoals een handelsoorlog tussen de VS en China.

Duurzaamheid blijft belangrijk

Voor 89% van de bestuurders blijft verduurzamen belangrijk voor hun bedrijf en de Nederlandse economie, ondanks de meer negatieve tendens tegenover verduurzaming in de VS. Wel zijn de zorgen over het halen van de klimaatdoelen toegenomen. In totaal 85% wil blijven versnellen met focus op CO2-reductie, duurzame producten en diensten en het verder verlagen van het energieverbruik. Overigens vindt 21% dat bedrijven in Nederland zo goed als klaar zijn met de transitie naar een duurzamere bedrijfsvoering. Van de bedrijven ervaart 86% negatieve impact van energieproblemen zoals beschikbaarheid van duurzame energie en netcongestie. Bestuurders noemen als oplossingen: meer inzet op groene waterstof (50%), investeren in lokale duurzame energieproductie (50%), extra batterijopslag (44%) en, bij 39%, meer kernenergie.

Drie grote trends

Wat hebben de markten in petto voor 2026? Volgens de specialisten van J. Safra Sarasin zullen beleggers selectiever moeten zijn in een omgeving die gedomineerd wordt door drie grote trends: structureel hoge onzekerheid, de opmars van artificiële intelligentie (AI) en een soepel begrotingsbeleid.

Verrassend genoeg slaagde de wereldeconomie er in 2025 in om de schok van de historische verhoging van de Amerikaanse douanerechten en de extreme geopolitieke onzekerheid op te vangen. Deze veerkracht is vooral te danken aan het getalm van de regering-Trump op het gebied van handel, de sterke toename van AI-gerelateerde investeringen en het feit dat welvarende Amerikaanse huishoudens blijven consumeren.

Fiscale stimulans

Deze factoren zullen de activiteit in 2026 blijven aanjagen, een jaar waarin ook een duidelijke versoepeling van het begrotingsbeleid te verwachten valt. In de Verenigde Staten zal het overheidstekort opnieuw oplopen om de economische activiteit te ondersteunen in de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen in november. In de eurozone zal de budgettaire expansie worden aangewakkerd door hogere defensie-uitgaven en ambitieuze investeringsprogramma’s voor infrastructuur, met name in Duitsland en Nederland. In Azië zullen zowel Japan als China nog meer inspanningen leveren om de consumptie te ondersteunen.

Deze strategieën zullen de groei stimuleren, maar ze zullen onvermijdelijk de bezorgdheid over de houdbaarheid van de overheidsschuld aanwakkeren, waardoor de vooruitzichten op lange termijn vertroebeld raken. Dit geldt des te meer omdat het toenemende aantal populistische regeringen de zaken er niet beter op maakt: historisch gezien hebben hun economische beleidstrajecten de neiging om het bbp na ongeveer vijftien jaar met ongeveer 10% van zijn potentieel te verlagen.

Selectiever

Na drie jaar van uitzonderlijke prestaties zijn de vooruitzichten voor de aandelenmarkten gematigder, terwijl de verschillen tussen regio’s en sectoren zullen toenemen. In de VS benadrukken de hoge waarderingen en marktconcentratie het belang van winstgroei en de opkomst van AI, zowel in termen van investeringen als productiviteitswinst.

In Europa biedt de combinatie van redelijkere waarderingen en een geleidelijk gunstiger economisch klimaat een evenwichtiger potentieel. Verschillende sectoren zouden kunnen profiteren van hogere defensie- en infrastructuuruitgaven. Zwitserland en Japan blijven relevante gebieden voor diversificatie: het eerste dankzij zijn structurele stabiliteit, het tweede dankzij een langzame maar consistente economische en monetaire normalisering.

De terugkeer van de carry

Op het gebied van obligaties zal 2026 worden gedomineerd door de carry in plaats van echte koersstijgingen. De belangrijkste centrale banken zullen hun beleidsrente waarschijnlijk dicht bij de huidige niveaus houden en kiezen voor een voorzichtige aanpak. De rentecurves zullen steil blijven, vooral in de Verenigde Staten, waardoor middellange looptijden centraal staan in de obligatiestrategie.

Herstel in opkomende markten

De opkomende markten, die in 2025 al een nieuwe impuls kregen, zouden hun herstel in 2026 moeten voortzetten. China stabiliseert zijn groei dankzij nieuwe steunmaatregelen; India behoudt een robuust momentum van ongeveer 6% tot 7%; Taiwan en Zuid-Korea profiteren van hun centrale rol in de halfgeleiderindustrie. Centraal-Europa en het Midden-Oosten worden ondersteund door solide binnenlandse factoren, terwijl Latijns-Amerika erg volatiel zal blijven als gevolg van het verkiezingsproces.

De verzwakking van de dollar, die naar verwachting zal aanhouden in 2026, is een belangrijke steun, omdat internationale stromen de neiging hebben om terug te keren naar opkomende landen wanneer de greenback daalt. In een veranderende wereld blijft selectiviteit echter essentieel in zowel aandelen als obligaties.

Michael Krautzberger (AllianzGI): ‘Ruimte voor verdere renteverlaging in 2026’

Naar verwachting komt er geen renteverlaging tijdens de volgende ECB-vergadering op 16 december. Gezien de verrassende groei en de inflatie die dicht bij de doelstelling blijft, is het huidige beleid van de ECB gepast. Dat stelt Michael Krautzberger, CIO Public markets bij Allianz Global Investors. Omdat de inflatie verder kan dalen, is er mogelijk wel ruimte voor een verdere renteverlaging in het eerste halfjaar van 2026.

Centrale bankiers uit de eurozone blijven ‘comfortabel’. In tegenstelling tot hun tegenhangers in de VS, het VK en Japan – die worstelen met een te hoge inflatie – of de Zwitserse Nationale Bank, die te maken heeft met een te lage inflatie, schommelt de Europese inflatie al enkele maanden dicht bij de doelstelling. De groei ligt dicht bij de trend – het bbp van de eurozone groeide in het derde kwartaal met 0,3% op kwartaalbasis. Dat is veel hoger dan de ECB-prognose van september van 0,0% op kwartaalbasis – en de arbeidsmarkt lijkt stabiel, wat suggereert dat de economie dicht bij het potentieel draait.

In deze context verwachten we geen renteverlaging tijdens de volgende ECB-vergadering. Uit de notulen van de vergadering van oktober blijkt dat verschillende beleidsmakers stellen dat kleine afwijkingen van de doelstelling moeten worden genegeerd en dat beleidsmaatregelen moeten worden gereserveerd voor grotere schokken. Zelfs de meest dovish stemmen – zoals Fabio Panetta (Bank of Italy) en François Villeroy (Banque de France)- zeggen de laatste tijd niet meer dat de rente verlaagd moet worden. Aanpassingen worden niet uitgesloten, maar het is onwaarschijnlijk dat de ECB ingaat tegen de marktprijzing dat de volgende stap een verhoging zal zijn in plaats van een verlaging.

Er kan nog steeds ruimte zijn voor een renteverlaging in H1 2026, omdat de inflatie in het eerste kwartaal kan dalen tot ~1,5% als gevolg van energie-effecten. De onderhandelde loonstijging is gedaald tot onder de drempel van 3% die consistent is met de inflatiedoelstelling van 2%, en volgens de ECB-trackers en onze eigen analyse zal dit zo blijven. Meer in het algemeen blijft er een structureel probleem: de economie van de eurozone ligt nog steeds 5% onder de trend van voor de pandemie, wat vragen oproept over de zwakke vraag en de potentiële output gap op de langere termijn.

Dat gezegd hebbende, zijn de vooruitzichten op de korte termijn aan het verbeteren. Schokken uit het verleden, zoals de gascrisis en de verkrapping van de ECB, vervagen en grootschalige infrastructuuruitgaven in Duitsland kunnen de door de EU gefinancierde investeringshausse uitbreiden van de periferie naar de kernlanden. In Europa’s sterkst groeiende economie, Spanje, zijn er duidelijke tekenen dat de inflatie weer aantrekt – hoewel deze zouden moeten worden gecompenseerd door de aanhoudend lage inflatie in Frankrijk. Zonder nieuwe schokken, bijvoorbeeld van het Amerikaanse handelsbeleid of de volatiliteit op de financiële markten, kan het venster voor een nieuwe renteverlaging van de ECB snel sluiten, waardoor de kans op een renteverlaging in 2026 afneemt.

Waarom beleggers robots niet mogen negeren

Terwijl een significant deel van de beleggers zich zorgen maakt over een mogelijke AI-bubbel, stellen bestuurders van de grootste technologiebedrijven met steeds meer zekerheid dat de wereld aan het begin staat van een nieuwe industriële revolutie. Wat zien zij dat veel mensen niet zien? De toepassing van allerlei soorten robots, die de productiviteit aanmerkelijk gaan verhogen. De ontwikkeling gaat sneller dan veel mensen denken. Het is daarom hoog tijd dat beleggers hun blik verbreden, omdat 2026 zomaar eens het jaar van de robot kan worden. Geschreven door eToro-marktanalist Jean-Paul van Oudheusden.

Robots binnen de muren

Industriële robots zijn allesbehalve nieuw. In 2025 zijn er al meer dan vier miljoen fabrieksrobots actief. Aansprekende voorbeelden zijn geavanceerde autofabrieken, waaronder die van Tesla, waar robots bijna al het werk aan de lopende band hebben overgenomen. In 2019 opende Albert Heijn in Zaandam al een bijna volledig gerobotiseerd distributiecentrum, ter vervanging van handmatige sortering door 120 medewerkers. Voor de inrichting werd vertrouwd op de machines van het Veghelse Vanderlande (sinds 2017 onderdeel van Toyota), dat ook nauw betrokken is bij de automatisering van de bagageafhandeling op Schiphol. In een tijd waarin personeel lastig te vinden is, zijn deze bedrijven bij uitstek blij met de robotontwikkeling.

Robots gaan naar buiten

Het succes smaakt naar meer. Werken de huidige robots vaak nog binnen de vier muren van een fabriek of een hal, de volgende toepassingen liggen in het verlengde daarvan. Bezorgdrones waren in eerste instantie nog bemand, maar vliegen nu al autonoom. Auto’s volgen dat voorbeeld. Vorige week werd bekend dat de robotaxi’s van Waymo, onderdeel van Alphabet, al 10% van alle deeltaxiritten in San Francisco voor hun rekening nemen. Op het internationale vliegveld van Hong Kong kan de bestuurder van een auto met software van Huawei voor de parkeergarage uitstappen en zijn voertuig met een app naar een open parkeerplaats sturen. Drie weken geleden werd de naam van Amazon’s satellietproject omgedoopt tot Amazon LEO, waarmee distributie door de low-earth orbit (de ruimte tussen 160 en 2000 kilometer vanaf de aarde) een symbolische stap dichter bij de realiteit is gekomen.

Robots krijgen een gezicht

Voor degenen die bekend zijn met deze innovaties is de ontwikkeling van humanoids, een menselijke robot, minder moeilijk voor te stellen. Visionairs als Elon Musk van Tesla en He Xiaoping van het Chinese Xpeng raken er niet over uitgepraat en presenteren regelmatig nieuwe prototypes. Daar wordt nu nog regelmatig om gelachen, maar dat was ook zo bij de eerste elektrische auto’s. Musk denkt dat in de toekomst 80% van de omzet van Tesla gaat komen van zijn humanoid Optimus. NVIDIA-topman Jensen Huang denkt op zijn beurt dat een grootschalige toepassing van humanoids minder dan vijf jaar gaat duren. Daarom is het zaak voor beleggers om zich nu te verdiepen in het thema, want de aandelenbeurs loopt altijd vooruit op de reële economie.

De impact valt niet te onderschatten

Wie in gedachten meegaat met de hele robotontwikkeling beseft dat de implicaties groot zijn. Voor repeterende, handmatige taken als vakkenvullen zijn straks mogelijk geen arbeidskrachten meer nodig. Alle apparaten die aangesloten worden op het internet zijn te hacken, dus cyberbeveiliging wordt nog belangrijker. Nieuwe fabrieken kunnen waarschijnlijk het beste vanaf de grond af aan opnieuw worden opgebouwd. Na fabrieken volgen steden, in de vorm van smart cities. Het Franse bedrijf Schneider Electric heeft daar al een hele blauwdruk voor klaarliggen. Technische opleidingen zoals industrieel ontwerpen, elektrotechniek en civiele techniek hebben veel meer studenten nodig. Elektrificatie vraagt om meer energie en waarschijnlijk een nog veel grotere netwerkcapaciteit dan nu al wordt gedacht.

Zo beschouwd staan we door de mogelijkheden die robots bieden inderdaad aan de vooravond van een nieuwe industriële revolutie en lijken de techbazen gelijk te krijgen. Wie had het nog over een AI-bubbel?

DWS: S&P kan naar 7.500 punten in 2026

Vermogensbeheerder DWS voorziet voor 2026 een gunstig, maar veeleisend beleggingsjaar. Meer winstgroei, ruim monetair beleid en de aanhoudende invloed van kunstmatige intelligentie (AI) staan daarbij centraal. De vermogensbeheerder blijft positief over aandelen, maar benadrukt het belang van gerichte keuzes binnen sectoren en regio’s.

Vera Fehling, Chief Investment Officer West-Europa bij DWS, stipt in haar outlook ook het Nederlandse pensioenstelsel aan. Door de overgang naar een nieuw systeem, waarbij pensioenfondsen meer gaan sturen op marktrentes en projectierendementen, neemt de vraag naar langlopende staatsobligaties naar verwachting toe. “Dit kan leiden tot een steilere rentecurve aan de lange kant van de Europese obligatiemarkt, een ontwikkeling die ook internationale beleggers in euro-obligaties niet mogen negeren”, aldus de beleggingsstrateeg.

S&P kan naar 7.500 punten

Over Amerikaanse aandelen zegt ze: “De S&P 500 zou eind 2026 best eens rond de 7.500 punten kunnen noteren, nog steeds gedragen door winstgroei en investeringen in AI. Daarnaast zullen vooral Amerikaanse financiële instellingen kunnen profiteren van lagere rentes en soepeler regelgeving die Washington wil doorvoeren. We kunnen niet om AI heen, maar de verwachtingen zijn zeer hooggespannen. Beleggers moeten scherp in de gaten houden welke bedrijven echt economische waarde toevoegen met AI en welke bedrijven die verwachting niet kunnen waarmaken.”

Buiten de Verenigde Staten ziet DWS interessante mogelijkheden. In Europa stijgt de winstgevendheid, met Duitsland als uitschieter dankzij forse investeringen in infrastructuur en defensie. “Japan plukt de vruchten van hervormingen en gerichte overheidsmaatregelen. Azië profiteert van de sterke vraag naar halfgeleiders, een zwakkere dollar en intensievere handel binnen de regio zelf”, aldus Fehling.

Ook obligatiebeleggers kunnen hiervan profiteren. Voor Amerikaans staatspapier verwacht DWS een tienjaarsrente tussen 3,75% en 4,25%. "Nu de afbouw van de Fed-balans wordt afgerond en er terugkoopacties zijn aangekondigd, daalt het aanbod wat gunstig is voor obligaties met middellange looptijden. In Europa komen Bund-yields het komende jaar nauwelijks van hun plek”, verwacht de strateeg. “Al kan de rentecurve aan de lange kant oplopen door hogere financieringsbehoeften en de invoering van het nieuwe pensioenstelsel in Nederland.”

Voorzichtig over bedrijfsobligaties

DWS is voorzichtig ten aanzien van bepaalde segmenten van de schuldpapiermarkt. “We staan neutraal ten opzichte van bedrijfsobligaties met een hoge kredietwaardigheid, omdat de risicopremies nu al zeer laag zijn”, zegt Fehling. “We zijn terughoudend als het gaat om hoogrentende obligaties, omdat het extra rendement onvoldoende opweegt tegen de onderliggende risico’s.”

Dat de dollar rond de EUR/USD 1,15 noteert beschouwt Fehling als redelijk gezien de omstandigheden. “Door de hoge kosten van valutarisico-afdekking zullen veel eurobeleggers in de eigen muntregio blijven beleggen.”

Ook alternatieve beleggingen behouden volgens DWS hun rol in het beleggingsuniversum. Goud zal een vast onderdeel blijven van een gediversifieerde portefeuille. “Het edelmetaal biedt bescherming tegen geopolitieke spanningen, oplopende begrotingstekorten en monetaire risico’s. In een wereld vol spanningen draagt het bij aan de stabiliteit van een beleggingsportefeuille. Volgend jaar ziet er veelbelovend uit voor beleggers”, besluit Fehling. “Maar beleggingssucces vraagt wel om duidelijke keuzes, goede spreiding en focus op kwaliteit. Markten reageren immers sneller op beleid en cijfers dan ooit tevoren."

Wat aandelenbeleggers écht moeten weten over stagflatie

De wereldeconomie lijkt af te stevenen op stagflatie: een situatie met lage economische groei en hoge inflatie. Spanningen in het Midden-Oosten en stijgende energieprijzen versterken deze vrees. Historisch gezien zijn zulke periodes doorgaans ongunstig voor aandelen, maar een paniekreactie is niet nodig. Aandelen presteren vaak nog redelijk, zij het minder goed dan in tijden van stabiele groei en lage inflatie.

Stagflatie vormt een uitdaging voor bedrijven en beleggers doordat de vraag afneemt door lage groei, terwijl inflatie de kosten verhoogt. In een sterke economie kunnen bedrijven deze kosten doorberekenen, maar bij zwakke vraag komen de winstmarges onder druk, wat de bedrijfsresultaten schaadt. Ook centrale banken staan voor een dilemma: renteverlaging kan de stagnatie verergeren door inflatie aan te wakkeren, terwijl renteverhoging de economie verder kan afremmen. De Visie van Schroders.

Uit historisch onderzoek (vanaf 1926) blijkt dat aandelen tijdens stagflatie gemiddeld nauwelijks rendement opleveren, met een mediane reële jaarrendement rond 0%. Toch waren in de helft van de stagflatiejaren de rendementen positief, gemiddeld +16%, terwijl negatieve jaren gemiddeld -14% lieten zien. Aandelen deden vaker beter dan cash, wat aangeeft dat het aanhouden van alleen cash niet per se veiliger is. Ook blijkt dat positieve aandelenrendementen tijdens stagflatie niet afhankelijk zijn van een voorafgaande beurscrash of renteverlaging; in sommige jaren stegen rentes zelfs terwijl aandelenrendementen positief waren.

Sectorprestaties tijdens stagflatie verschillen sterk, maar de beperkte beschikbare data (vanaf 1974) en veranderende sectorindelingen maken conclusies lastig. De huidige inflatie wordt mede gedreven door handelstarieven en geopolitieke spanningen, wat verschilt van eerdere periodes waarin grondstofprijzen dominant waren. Historische data alleen zijn daarom onvoldoende; kwalitatieve oordeelsvorming is essentieel.

Wat betreft regio’s kunnen Europese aandelen profiteren van hun sectorverdeling. Europa heeft relatief veel industrie en nutsbedrijven, sectoren die bij stagflatie minder slecht kunnen presteren. Investeringen in defensie en infrastructuur kunnen deze sectoren verder ondersteunen. In tegenstelling tot Europa is de Amerikaanse markt sterk gericht op technologie en communicatiediensten, sectoren die historisch slecht presteren bij stagflatie en gevoelig zijn voor handelsconflicten. Dit maakt de VS kwetsbaarder bij langdurige stagflatie. Japan heeft een grote blootstelling aan industrie en discretionaire consumptie, die sterk afhankelijk zijn van wereldhandel, wat in de huidige context een uitdaging vormt.

Kortom, hoewel stagflatie het beleggingsklimaat bemoeilijkt en risico’s verhoogt, betekent het niet automatisch dat aandelen slecht presteren. Sector- en regiokeuzes worden juist belangrijker, waarbij Europese aandelen momenteel beter gepositioneerd lijken dan Amerikaanse. Paniek is niet nodig, maar voorzichtigheid en gediversifieerde keuzes zijn wel aan te raden.

Wolfgang Fickus )Comgest): ‘De vijf eigenschappen van succesvolle bedrijven’

Wat onderscheidt bedrijven die decennialang bovengemiddeld presteren op de beurs? Volgens Wolfgang Fickus, Product Specialist, Europe Equities, bij de Franse vermogensbeheerder Comgest zijn succesvolle bedrijven te vinden in verschillende sectoren en regio’s en kenmerken zij zich door vijf eigenschappen.

Hij vergelijkt langdurig succesvolle bedrijven met ‘marathonlopers’: bedrijven die structureel waarde creëren dankzij (1) sterke kasstromen, (2) doordachte kapitaalallocatie, (3) autonome groei, (4) internationale schaal en (5) een veerkrachtige bedrijfscultuur.

Sterke kasstromen vormen de basis

Langdurig succesvolle bedrijven beschikken over sterke vrije kasstromen. In tegenstelling tot wat conventionele financiële theorieën beweren, is het aanhouden van kasreserves geen teken van inefficiëntie, maar van strategische paraatheid. Deze liquiditeit geeft bedrijven de ruimte om onafhankelijk van marktcycli te blijven investeren, ook wanneer toegang tot kapitaal beperkt is.

Comgest’s eigen Compounders-strategie, die zich uitsluitend richt op zulke ‘marathonlopers’, toont dat deze bedrijven gemiddeld hogere kasstroommarges behalen dan de bredere markt. Vrije kasstroom biedt ruimte voor investeringen in groei, innovatie en overnames zonder dat er directe druk is van externe kapitaalverschaffers.

Kapitaalallocatie: succes door discipline

Fusies en overnames (M&A) zijn onmisbare instrumenten voor langetermijnwaardecreatie, mits ze met precisie worden uitgevoerd. Comgest stelt dat slechts 25 tot 30 procent van alle fusies en overnames succesvol is. ‘Marathonlopers’ onderscheiden zich door gedisciplineerde keuzes te maken en opportunistische ’transformatie overnames’ te mijden.

Het voorbeeld van Bayer en Monsanto illustreert de valkuil van grootschalige, riskante overnames die de eigenschappen van de organisatie sterk verandert. Bayer kampte jaren na dato nog met schulden en juridische problemen. L’Oréal daarentegen toonde strategisch inzicht door het luxemerk Aēsop over te nemen op een moment dat dat het Braziliaanse moederbedrijf Nature zich genoodzaakt zag Aēsop af te stoten. Microsofts overname van LinkedIn laat zien hoe substantiële kasreserves en een duidelijke integratiestrategie kunnen leiden tot langdurige synergie: de omzet van LinkedIn verdrievoudigde sinds de overname in 2016.

Autonome groei als structurele kracht

M&A mag dan een toetssteen zijn voor kapitaaldiscipline, maar autonome groei blijft de kern van duurzaam succes. ‘Marathonlopers’ investeren structureel in hun eigen productontwikkeling, merken en distributie. Daardoor bouwen ze aan competitieve voordelen die moeilijk te repliceren zijn.

TSMC, wereldwijd de grootste chipfabrikant, excelleert in organische groei. Door miljarden te investeren in geavanceerde productielijnen en lithografische technologieën, heeft TSMC haar marktaandeel en technische voorsprong structureel vergroot. De stijgende investeringsdrempels in deze kapitaalintensieve industrie werken in haar voordeel: concurrenten kunnen nauwelijks volgen.

Internationale schaalvergroting en diversificatie

Geografische expansie is cruciaal voor het handhaven van groeitempo. ‘Marathonlopers’ benutten internationale markten om schaalvoordelen te realiseren en groeirisico’s te spreiden. Een voorbeeld is het Braziliaanse WEG, dat zich van een lokale motorenfabrikant ontwikkelde tot een mondiale speler in elektromechanica en duurzame energie.

Door een combinatie van verticale integratie en gerichte acquisities wist WEG zich aan te passen aan lokale omstandigheden én technologische vooruitgang te benutten. De overname van tientallen bedrijven wereldwijd gaf WEG toegang tot nieuwe markten zoals energietransmissie, opslag en elektrische mobiliteit. Inmiddels komt tweederde van de omzetgroei van buiten Brazilië.

Cultuur als compounding-mechanisme

De laatste, vaak onderschatte eigenschap is een onderscheidende bedrijfscultuur. ‘Marathonlopers’ beschikken over een langetermijnvisie, consistent leiderschap en een cultuur van innovatie, klantgerichtheid en intern ondernemerschap.

L’Oréal heeft sinds 1957 slechts vijf CEO’s gehad. De kernwaarden van oprichter Eugène Schueller zijn nog steeds verankerd in de organisatie. WEG onderscheidt zich eveneens door een sterke interne opleidingsstructuur en een cultuur van promotie van binnenuit. De langdurige betrokkenheid van de oprichtersfamilie waarborgt continuïteit en strategische consistentie.

Ook Sysmex, de Japanse specialist in laboratoriumdiagnostiek, dankt haar groei aan een op het Japanse concept van ‘Anshin’ gebaseerde klantgerichte cultuur. Met dertig jaar aan dubbele groeicijfers is Sysmex een toonbeeld van betrouwbaarheid.

Veerkracht in crisistijd: geen toeval

‘Marathonlopers’ blijken ook beter bestand tegen economische tegenwind. Tijdens de coronapandemie kon WEG, dankzij zijn verticale integratie, blijven leveren terwijl concurrenten te maken kregen met supply chain-problemen. Ook het rendement op geïnvesteerd kapitaal (ROIC) van WEG bleef over decennia heen stabiel boven de 11%, met een gemiddelde van 20%.

Deze veerkracht komt voort uit de combinatie van alle eerdergenoemde eigenschappen: kapitaalkracht, organische schaal, internationale spreiding en een sterke interne cultuur. Zoals Fickus opmerkt, zijn deze bedrijven daardoor aantrekkelijk in goede én slechte tijden.

Conclusie: langetermijnrendement komt voort uit fundamentele kracht

Volgens Fickus leidt beleggen in bedrijven met cyclische pieken zelden tot blijvende waarde. Langdurig succesvolle bedrijven zoals L’Oréal, TSMC, Microsoft, WEG en Sysmex laten zien dat structurele groei wordt bepaald door onderliggende kwaliteit, niet door toevallige marktdynamiek.

De beleggingsbenadering van Comgest is niet benchmarkgedreven, maar opgebouwd rond het herkennen van deze eigenschappen en het langdurig vasthouden van de juiste bedrijven. Voor de belegger met geduld zijn dit de fondsen die jaar na jaar rendement opleveren. De les? Kwaliteit is geen modewoord, maar de kern van succesvol beleggen op de lange termijn.

Andrew Keiller (Baillie Gifford): ‘Opkomende markten niet simpel, maar innoverend’

De wereldwijde economische groei verschuift naar opkomende markten zoals Kazachstan, Zuid-Korea en China. Deze markten zijn niet langer bezig met het simpelweg inhalen van het Westen, maar innoveren en bepalen steeds meer de toekomst. Ze bieden een toenemende groep kwalitatief sterke bedrijven die zich meten met westerse spelers, wat langetermijnbeleggers aantrekkelijke kansen biedt. Andrew Keiller van Baillie Gifford stelt dat “het Westen langzamerhand minder belangrijk wordt.” Lees verder Andrew Keiller (Baillie Gifford): ‘Opkomende markten niet simpel, maar innoverend’