Brent doet aanval op 100 dollar

De futures op Brent-ruwe olie stabiliseerden donderdag rond de $102 per vat, nadat ze in de voorgaande sessie met maar liefst 12% waren gedaald tot $96,73, terwijl beleggers de vooruitzichten op een vredesakkoord in het Midden-Oosten afwogen. Lees verder Brent doet aanval op 100 dollar →

TSMC vaart niet alleen op de AI-golf, maar is er onderdeel van

De cijfers van TSMC over het eerste kwartaal waren sterk, zelfs naar TSMC’s maatstaven. De omzet steeg met 35% op jaarbasis tot $36 miljard, de nettowinst nam toe met 58% tot $18 miljard en de brutomarge kwam uit op 66%. Voor het hele jaar verwacht TSMC een omzetgroei van 30%. Geschreven door eToro-marktanalist Jean-Paul van Oudheusden
Lees verder TSMC vaart niet alleen op de AI-golf, maar is er onderdeel van →

Steun Brent op 89 dollar

Brent is vanmorgen met 10% gedaald naar ruim $ 94 per vat. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het staakt hert op komst is tussen de Verenigde Staten en Iran. Hierdoor ontstaat ook ruimte voor een verdere prijsdaling, hoewel beleggers niet overmoedig moeten worden om daarop in te spelen. Hij blijft uiterst speculatief. Een duidelijke weerstand ligt iets boven de $ 80 per vat.

Vraagtekens rond inflatie stelt beleggers voor dilemma

Door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten denken beleggers met enige huivering terug aan het jaar 2022, toen na de invasie van Rusland in Oekraïne de inflatie omhoogschoot naar zo’n 10%. Centrale bankiers dachten eerst aan een tijdelijk effect, maar zagen zich later genoodzaakt de rente in meer stappen te verhogen. De rem op de economische groei leidde tot dalende aandelenkoersen, waarbij alleen de energiesector een positief rendement liet zien. Hoe groot is in 2026 de kans op een herhaling van zetten en welke energieaandelen hebben tot nu toe het sterkst gereageerd op het nieuws? Geschreven door eToro-marktanalist Jean-Paul van Oudheusden

10% inflatie nog niet in lijn der verwachting

Door de blokkade van de Straat van Hormuz is er sprake van een klassieke aanbodschok. De mogelijke inflatie die daardoor ontstaat is een combinatie van twee effecten. In de eerste ronde is er sprake van een verhoogd niveau, omdat afnemers van olie en gas direct hogere prijzen moeten betalen. In de tweede ronde worden hogere brandstofprijzen doorberekend in consumentenprijzen, met uiteindelijk hogere looneisen tot gevolg. Op dat moment is er sprake van een structureel hoger prijsniveau. Zo ver is het nu nog niet.

Het IMF hanteert de vuistregel dat 10% hogere energieprijzen resulteren in 0,4% hogere inflatie. Die lijn volgend betekent het dat een inflatie van 10%, zoals in 2022, bij een olieprijs van ongeveer $110 per vat nog niet in zicht is. Omdat goedkope energie een belangrijke variabele is voor economische groei houdt de markt er bovendien rekening mee dat verreweg de meeste overheden zich zullen inspannen om de prijzen weer omlaag te krijgen.

Meerdere alternatieven voor olie en gas uit het Midden-Oosten

Zolang de Straat van Hormuz beperkt toegankelijk blijft en mogelijk ook de vaarroute door de Rode Zee wordt belemmerd, is dat gemakkelijker gezegd dan gedaan. Daarvoor gaat een te groot deel van de wereldhandel door deze vaarroutes. Dat plaatst beleggers voor een lastige keuze: portefeuilles wel of niet afdekken tegen hogere inflatie? Het zijn twee scenario’s met ver uiteenlopende uitkomsten. Het is interessant om te zien welke energieaandelen tot nu toe het sterkst op de ontwikkelingen hebben gereageerd (zie tabel).

De eerste gedachte van veel beleggers zal uitgaan naar de grootste olie- en gasmaatschappijen ter wereld, waaronder ExxonMobil, Shell en Cheniere Energy. Tegelijkertijd is het niet ondenkbaar dat politici, in het belang van de consument, de onverwacht hoge winsten van deze bedrijven willen afromen in de vorm van bijvoorbeeld een extra belasting (Europa) of een prijsplafond (Verenigde Staten). Om dat risico te ontlopen kan worden gedacht aan alternatieven, zoals raffinaderijen, olieproducenten uit andere landen, uitbaters van steenkolenmijnen of leveranciers van infrastructuur voor alternatieve energie.

Door het uitvallen van raffinaderijen in het Midden-Oosten kunnen raffinaderijen in de rest van de wereld meer vraag tegemoetzien. Overheden van Canada en Brazilië zijn minder genegen zich te bemoeien met prijszetting in de energiemarkt. Steenkool is allesbehalve populair, maar voor veel landen wel de snelste manier om het wegvallen van olie en gas uit het Midden-Oosten op te vangen. Leveranciers van batterijen en zonnepanelen kunnen goede zaken doen als landen versneld af willen van fossiele brandstoffen.

De tabel laat zien dat de markt vooralsnog vasthoudt aan aandelen van olie en gas producerende bedrijven, inclusief raffinage. Minder voor de hand liggende opties als steenkolen, batterijen en zonnepanelen hebben dit jaar nog geen grote koersbeweging laten zien. Daar liggen kansen voor beleggers als grote afnemers besluiten om daar toch voor te gaan.

Tabel. Koersrendementen voor een selectie van energieaandelen

Aandeel Segment Valuta Rendement * 2026 Rendement *

5 jaar

Petrobras Olie Brazilië USD 69% 137%
Valero Energy Raffinage USD 48% 221%
Cheniere Energy Gas USD 42% 284%
Canadian Natural Resources Olie Canada USD 37% 201%
ExxonMobil Olie USD 34% 180%
Shell Olie & gas USD 27% 129%
Peabody Energy Steenkool USD 11% 992%
BYD Batterijen USD 7% 77%
Jinko Solar Zonnepanelen USD -3% -40%

Bron: Yahoo Finance. Koersrendement van de aandelen op basis van de Amerikaanse beursnotering op basis van de koersontwikkeling t/m 1 april 2026.

Wat als de markt teruggaat naar ‘normaal’?

Positioneren voor het alternatieve scenario, aanhoudend lage inflatie doordat de rust in het Midden-Oosten terugkeert en energieprijzen dalen, lijkt eenvoudiger. Het hardst getroffen zijn de aandelenmarkten van Japan en Zuid-Korea in combinatie met dieselgebruikers in de transportsector, zoals vliegmaatschappijen, transportondernemingen en cruiseschepen. Op de Nederlandse beurs is een koersstijging van chipaandelen mogelijk als duidelijk wordt dat de inflatie niet noemenswaardig zal stijgen en centrale banken de rente niet hoeven te verhogen.

Invesco,: De olieprijs zal verder stijgen en is er weinig ruimte voor aandelenmarkten om aan de druk te ontsnappen, terwijl de dollar sterk blijft

De kans op een snelle de-escalatie in het Midden-Oosten is aanzienlijk geslonken. Volgens Benjamin Jones, hoofdstrateeg bij vermogensbeheerder Invesco, zal de olieprijs verder stijgen en is er weinig ruimte voor aandelenmarkten om aan de druk te ontsnappen, terwijl de dollar sterk blijft. Opvallend is dat private markten voorlopig beter standhouden dan tijdens eerdere crises. [more]

“Houthi-troepen mengen zich in het conflict, steeds meer Amerikaanse mariniers worden naar de regio gestuurd en Iran gaat door met drone- en raketaanvallen. Financiële markten schatten de kans op een snel staakt-het-vuren steeds lager in.”

Geen paniek op de beurzen

Toch reageren de markten vooralsnog beheerst, zegt Jones. “Wereldwijde aandelen verloren minder dan 2%, waarbij Amerikaanse aandelen het slechter deden dan veel andere regio’s.”

Ook op de obligatiemarkten zijn er volgens hem weinig tekenen van stress. “Kredietspreads zijn slechts beperkt opgelopen en de dollarindex steeg met zo’n 0,5%.” Die afwachtende houding verklaart hij door het feit dat beleggers voorafgaand aan maart al niet overdreven optimistisch waren. “De zwakte concentreert zich vooral bij de winnaars van vorig jaar, wat erop wijst dat beleggers posities afbouwen in plaats van massaal naar cash te vluchten.”

Invesco chart

Download

De instroom in ETF’s lag in maart lager dan in de voorgaande maanden, maar van brede uitstroom is volgens Jones geen sprake. “Goud-ETF’s kende een lichte uitstroom, vermoedelijk doordat centrale banken goud verkopen. Zo zou de Turkse centrale bank in de afgelopen twee weken zo’n 8 miljard dollar aan goud hebben verkocht.”

Centrale banken trappen op de rem

De markt verwacht inmiddels minder renteverhogingen van de dan een week geleden “De inflatieverwachtingen blijven relatief onder controle, waarschijnlijk door een evenwicht tussen hogere prijzen als gevolg van aanbodschokken en afnemende vraag in discretionaire sectoren. Ik blijf sceptisch over de vraag of centrale banken de momenteel ingeprijsde renteverhogingen daadwerkelijk zullen doorvoeren.”

De markten worden momenteel vooral door sentiment gedreven, stelt Jones; van fysieke verstoringen in het aanbod is voorlopig nog geen sprake. “Energieleveringen die vóór het conflict het Midden-Oosten verlieten, komen nog steeds aan. Maar als naar schatting 10% van het olieaanbod wegvalt, blijft dat niet zo.”

Wel vertragen leveringen en nemen sommige Aziatische landen al maatregelen om de vraag te beperken. Zo moeten in Thailand thuis werken en wordt het gebruik van airconditioning beperkt. Zuid-Korea roept burgers op korter te douchen. Jones: “Voorlopig blijft de economische impact beperkt, maar zwaardere maatregelen kunnen volgen. Dat kan analisten ertoe aanzetten hun winstverwachtingen neerwaarts bij te stellen, met verdere druk op de markten tot gevolg.”

Daarom verwacht Jones verdere dalingen van risicovolle beleggingen. Tegelijkertijd lijkt de private sector beter bestand dan tijdens eerdere crises. “Dat beperkt voorlopig de neerwaartse risico’s, maar ik blijf alert op signalen dat deze sentimentschok omslaat in een echte aanbodschok.”

Gaat Amerikaanse inflatie verdubbelen?

De sterke stijging van de olieprijs en andere commodity’s zal leiden tot een toename van de inflatie. Daar is iedereen het wel over eens, Maar tot hoe hoog? Het model voor de Amerikaanse inflatie wijst op een stijging tot boven de 4%, nu 2,4%. Wat gaan de centrale banken doen om een periode van een gemene stagflatie te voorkomen?

Note: In mei was Amerikaanse inflatie opgelopen tot 4,2%,

FX Weekly – Valutascenario’s voor het Midden-Oosten conflict

Georgette Boele: valutadeskundige ABN Amro : Veranderingen in de obligatiemarkt en verwachtingen van inflatie hebben een grote rol gespeeld in de daling van de euro tegenover de dollar. De rechtergrafiek laat zien dat het verschil in reële rendementen (het tienjaars rendement op staatsobligaties minus verwachte inflatie) tussen Duitsland en de VS is gedaald, tegelijk met EUR/USD. Opvallend genoeg laat het verschil in nominale rendementen (de daadwerkelijke rente) niet dezelfde trend zien, vooral omdat hogere olieprijzen de inflatieverwachtingen hebben opgedreven. Op dit moment beïnvloeden reële rendementen de waarde van de euro tegenover de dollar sterker dan de nominale rente. Er zijn verschillende manieren waarop het conflict zich verder kan ontwikkelen. Lees verder FX Weekly – Valutascenario’s voor het Midden-Oosten conflict →