Voor monetair gezond verstand moet je in Nieuw-Zeeland zijn

Nieuw-Zeeland is weer eens internationaal nieuws. De reden: nadat één besmetting met het coronavirus werd vastgesteld in de hoofdstad Auckland, gaat het hele land in lockdown. Voor mij is het land ook waard om om een andere, monetaire, reden in het nieuws te komen. Dat gebeurt helaas niet, vandaar dit stuk.

Wat is er aan de hand in het land van de kiwi, op het terrein van monetair beleid? In het kort: de centrale bankiers daar hebben gezond verstand.

De centrale bank van Nieuw-Zeeland besloot vandaag de oficiële rente ongewijzigd te houden, op 0,25%. Het is niet het niveau ervan maar de uitleg die volgde, die van gezond verstand getuigt.

De economie van het land herstelt van de coronacrisis, aldus de Nieuw-Zeelandse centrale bankiers. Natuurlijk, sommige sectoren herstellen sneller dan andere, maar overall is er sprake van herstel.

In het kielzog daarvan is ook op Nieuw-Zeeland de inflatie in de afgelopen maanden behoorlijk opgelopen. De centrale bank van het land verwacht dat de geldontwaarding dit jaar 4% zal bereiken om in een later stadium weer terug te zakken in de tweede helft van volgend jaar.

 

Ofwel: de crisis is voorbij.

Toch besloot het bestuur de rente onveranderd te houden. Is dat te rijmen met de conclusie dat de crisis voorbij is? Op het eerste gezicht niet maar bij nader inzien wel.

Het bestuur oordeelde dat het ’door kan gaan met het weghalen van de monetaire steun’ omdat ’deflatierisico en risico van hoge werkloosheid afgenomen zijn’. Met andere woorden: met de crisis voorbij valt ook de noodzaak voor crisisbeleid weg.

Dat de bank niet al deze maand besloot het beleid minder ruim te maken, komt door de nieuwe lockdown in het land. Maar zodra die achter de rug is, gaat de bank door met het minder ruim maken van haar beleid.

’Gaat door’?

Jazeker! Op 14 juli besloot het namelijk om het opkopen van staatsobligaties per 21 juli te stoppen. Oorspronkelijk zou de bank daarmee doorgaan tot de zomer van 2022. Wat de centrale bank van Nieuw-Zeeland met het vervroegd stoppen ermee doet, is iets wat elke centrale bank in de wereld zou moeten doen: kijken naar de ontwikkelingen en je beleid daarop aanpassen.

Merk overigens op dat tussen de aankondiging ermee te stoppen en het stoppen zelf welgeteld één week zat. Onze centrale bankiers menen dat daar minstens enkele maanden tussen moeten zitten.

Het rentecomité van de Reserve Bank of New Zealand sloot de mededeling uitgegeven na de vergadering af met dat ’het beleid waarbij de bank het minste spijt van zou hebben het minder ruim maken ervan is’. Zou ze dat namelijk niet doen, dan zou ze het risico lopen dat de inflatie uit de hand loopt in de toekomst. En zou ze het crisisbeleid te lang voortzetten, dan riskeert de bank te hoge inflatie.

Net zoals haar zusterinstellingen in de eurozone en de Verenigde Staten ziet de centrale bank in Auckland ook grote kans dat de inflatie te laag en werkloosheid te hoog kunnen blijven op de middellange termijn zonder monetaire steun. Maar het beleid van de crisiswaarden halen en dus iets minder ruim maken, betekent niet dat de monetaire steun meteen wegvalt.

Dát besef bespeur ik niet bij de Fed en zeker niet bij de ECB. Daar lijkt het monetaire beleid een soort binair wezen te zijn: het is óf ruim óf krap. Het is lastig grotere monetaire onzin te vinden. Bij de ECB gaat het opkopen van staats- en bedrijfsobligaties door alsof coronapandemie nog steeds in volle gang is en de economie van de eurozone op slot zit.

Nee, in Frankfurt en Washington kunnen ze veel leren van hun Nieuw-Zeelandse collega’s.

Deze column is 18 augustus jl. gepubliceerd in DFT.nl

Het bericht Voor monetair gezond verstand moet je in Nieuw-Zeeland zijn verscheen eerst op OHV.

Source



Categories: Research