Vertrouwen in officiële cijfers

Aan het begin van de jaren negentig begon in de Verenigde Staten de bewering te klinken dat de officiële inflatiecijfers de echte inflatie overschatten. Dat was erg, omdat het de overheid elk jaar weer klauwen met geld kostte. De uitgaven aan AOW en andere uitkeringen – stuk voor stuk grote uitgavenposten die verhoogd worden met de inflatie – waren eigenlijk te hoog.

Het hoofd van het Amerikaanse bureau voor de statistiek zou jaren later melden dat het Congres in 1996 de begroting van het bureau alleen wilde goedkeuren in ruil voor aanpassingen aan de manier waarop de inflatie werd gemeten, en wel zo dat de officiële inflatie lager zou uitpakken.

Onderzoek

In 1995 stelde het Congres een commissie samen die nader moest onderzoeken of de inflatie wel goed wordt gemeten. Een jaar later presenteerde die adviescommissie voor de beoordeling van de consumentenprijsindex haar rapport.

De commissie werd geleid door Michael Boskin, economisch adviseur van de president en de man die als eerste begon te beweren dat de echte inflatie lager is dan de officiële cijfers laten zien. Geen wonder dan ook dat de hoofdconclusie van het rapport, gepubliceerd in 1997, luidde dat de officiële inflatiecijfers de echte inflatie overschatten met ruim een procentpunt. Dat moest worden gerepareerd. De Boskin-commissie deed enkele aanbevelingen daartoe. Een voorbeeld.

BMW

Als iets wat je graag koopt duurder wordt en je blijft het kopen, dan ontleen je daar meer waarde aan dan voorheen, stelde Boskin. Dat was een prachtige voorzet naar een zeer ingrijpende conclusie: als je ergens meer waarde aan ontleent, dan moeten de statistici het zo zien dat die meerwaarde de prijsstijging opheft. En zo kan het gebeuren dat iemand die alleen in een BMW wil rijden en voor elk nieuw exemplaar flink meer geld neerlegt, volgens Boskin in feite niets extra’s betaalt.

De overheid begon meteen de aanbevelingen van de Boskin-commissie te implementeren.

In totaal veranderde de Amerikaanse overheid sinds de publicatie van het Boskin-rapport negen keer de manier hoe de inflatie wordt gemeten. Na elke verandering daalde de officiële inflatie flink.

Zorgpremie

Bij het bovenstaande komt nog bij dat allerlei zaken niet meetellen voor inflatieberekening. Niet alleen in de VS maar ook in Europa en Nederland. Eigen risico of de zorgpremie bijvoorbeeld. En met een beetje fantasie zou je de inkomstenbelasting ook moeten meenemen, het is immers de prijs die we betalen voor allerlei overheidsdiensten en producten. Zowel het eigen risico als de zorgpremie en inkomstenbelasting heeft de neiging te stijgen, niet te dalen.

In de eurozone bedraagt de jaarlijkse inflatie al enige tijd circa 0,5% en in Nederland om en nabij 1,5%. Veel mensen voelen het echter niet zo en menen dat de werkelijke inflatie hoger is.

Ik vind dat niet vreemd. Dat een nieuw mobieltje meer kan dan je vorige exemplaar is leuk, maar neemt niet weg dat je daadwerkelijk meer geld kwijt bent. Zo’n statistische aanpassing kan dan tot op zekere hoogte gerechtvaardigd zijn, het feit is wel dat heel veel mensen om de officiële cijfers moeten lachen omdat ze die niet vertrouwen.

Deze column is 19 augustus jl. gepubliceerd in DFT.nl

Het bericht Vertrouwen in officiële cijfers verscheen eerst op OHV.

Source

Categorised in: OHV, Research

Zoeken op categorieën met specifieke info..

%d bloggers liken dit: