TRP: Inflatie serieus probleem

De inflatie maakt een serieuze comeback. In de VS is de inflatie nu op het hoogste niveau sinds de jaren negentig.

Maar hoe moet de trend geïnterpreteerd worden, vraagt Nikolaj Schmidt, internationaal econoom van T. Rowe Price zich af. En wat betekent dit voor de financiële markten? En kan inflatie nog altijd afgedaan worden als "slechts" een weerspiegeling van aanbodtekorten?

Duidelijk is dat de markten nu serieus naar de inflatiecijfers kijken. Toen de inflatiecijfers onlangs recordniveaus bereikten, steeg de rente op 10-jarige Amerikaanse staatsobligaties met bijna 0,25 procentpunt, terwijl de euro met 2,5% daalde.

Prominente economische commentatoren suggereren dat de Fed achter de feiten aanloopt en dat de rente sneller en met kortere tussenpozen zal stijgen. Die visie strookt slecht met de aanwijzingen die de centrale bankiers afgeven. Zij hebben het er nog steeds over dat de hoge inflatie tijdelijk is en wordt gedreven door knelpunten aan de aanbodzijde van de economie die na verloop van tijd oplossen.

Wie te geloven?

Het recente Amerikaanse inflatierapport biedt argumenten voor beide zijden van het debat. Voor het argument van de centrale bankiers vertonen verschillende grondstofcategorieën achter de inflatiecijfers duidelijke tekenen dat het effect slechts tijdelijk is. De veelbesproken problemen met de wereldwijde toeleveringsketen betreffen veel meer cijfers dan alleen de meest voorspelbare, zoals de autoprijzen.

Anderzijds zijn er cijfers te vinden die het argument van de haviken die de rente willen opdrijven, steunen. Zij wijzen erop dat het aanzienlijk duurder is geworden om een woning te kopen of te huren in de VS, en dat de inflatiecijfers, die vooral worden beïnvloed door de arbeidskosten, ook sterk stijgen.

Schmidt neigt meer naar de gematigde kant dan naar die van de verkrappende haviken, maar hij heeft twijfels. De inflatie zit duidelijk in de lift en is op weg om de doelstelling van de centrale bank te overschrijden. Aan de andere kant, een inflatie-inferno, waar sommige analisten op lijken te hopen is niet in zicht, althans nog niet.

Waar zitten we in de cyclus?

Voor beleggers is het van cruciaal belang om te bepalen of de inflatiecijfers erop wijzen dat de Amerikaanse economie al op volle toeren draait en op het punt staat oververhit te raken. Als dat zo is, dan zit de economie later in de cyclus dan Schmidt eerder heeft ingeschat. Dat zou ook betekenen dat de rente sterker zou moeten stijgen en dat de aandelenmarkten met aanzienlijk meer volatiliteit te maken krijgen.

Volgens Schmidt’s analyse van de Amerikaanse arbeidsmarkt zijn er volgens hem nog 2 miljoen mensen die opnieuw aan het werk kunnen gaan. Op basis daarvan meent hij dat de Amerikaanse arbeidsmarkt nog een versnelling hoger kan en dat de Amerikaanse economie nog niet oververhit is.

Schmidt is wel iets minder optimistisch dan voorzitter Jerome Powell van de Fed ten aanzien van de resterende capaciteit. De situatie is nu dat de centrale bank ofwel de economie laat oververhitten, ofwel een ommezwaai maakt en de rente sneller laat stijgen dan eerder aangekondigd. Schmidt meent dat het waarschijnlijk is dat de centrale bank de economie laat oververhitten met lage rentetarieven, omdat de centrale bank iets meer dan een jaar geleden haar houding versoepelde over hoe ver de inflatie boven de 2% moet komen.

Het is gemakkelijk om hoge inflatie af te doen als tijdelijk wanneer het goederen betreft die kwetsbaar zijn voor problemen in de toeleveringsketens. Maar het wordt bijzonder lastig om inflatieproblemen te negeren wanneer de inflatie in de dienstensector – waar de lonen er veel meer toe doen en de gestegen huurprijzen in zijn opgenomen – begint te stijgen. Al met al heeft de veranderende aard van de inflatie het risico vergroot dat de Fed de rente sneller en scherper zal moeten verhogen – en de markt moet dat risico incalculeren.

Wat betekent dit voor de financiële markten?

Hoewel de conjunctuurcyclus verder is gevorderd dan eerder werd gedacht, is er waarschijnlijk nog capaciteit over in de Amerikaanse economie. En dus kan de Amerikaanse economie – vermoedelijk – blijven groeien zonder dat de druk op de Federal Reserve om het monetaire beleid te verkrappen ondraaglijk wordt. Tegelijkertijd is er nog steeds veel inhaalvraag in de wereldeconomie, dus ook hier zijn er positieve signalen. Maar de risico’s nemen nu duidelijk toe op verschillende fronten.

Ten eerste moeten beleggers zich er terdege van bewust zijn dat het risico dat de Fed verkrapt, aanzienlijk groter is geworden. Mocht dat gebeuren, dan zal dat waarschijnlijk een seismische schok teweegbrengen in een markt die vandaag gewend is geraakt aan haar vriendelijke toon.

Ten tweede, hoewel het fundamenteel goed gaat met de groei, is er op korte termijn tegenwind te verwachten. Tegenwind komt bijvoorbeeld van de haperende wereldwijde toeleveringsketens, de vertraging van de economie in China en het feit dat de wereldwijde budgettaire stimulering is omgeslagen van een rugwind in een tegenwind. Tegelijkertijd wordt de liquiditeit door de Fed verkrapt nu de aankoop van obligaties wordt teruggeschroefd en het Amerikaanse ministerie van Financiën al zijn liquide middelen in het financiële stelsel heeft gepompt. Met deze tegenwind op korte termijn in het achterhoofd zou een hardere toon van de Fed de financiële markten nog meer voor de voeten lopen.

De combinatie van een mogelijk meer hawkish Amerikaanse centrale bank en groei-tegenwind op de korte termijn verhoogt het risico op een terugval op de aandelenmarkten aanzienlijk. Schmidt meent dat beleggers er verstandig aan doen om aandelen iets behoudender te benaderen. Misschien kunnen zij dan niet ten volle profiteren van de eindejaarsrally die meestal in de laatste weken van december plaatsvindt, maar houden zij wel meer kapitaal over om mee te beleggen als de volatilteit op de aandelenmarkten in het nieuwe jaar nieuwe kansen creëert.



Categories: Inflatie, Research