#Stembuzz – Stikstof is hoofdpijndossier bij formatie

Een van de hoofdpijndossiers waar een nieuw kabinet zich over moet buigen is de stikstofproblematiek. Hoewel de formatie nog moeizaam verloopt, is duidelijk dat de verscheidene politieke partijen zeer verschillend over de aanpak van stikstof denken, terwijl ondernemers snakken naar duidelijkheid.

Al sinds de Raad van State (RvS) in mei 2019 bepaalde dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als basis mag worden gebruikt voor het verlenen van vergunningen, verkeren veel ondernemers in de bouw, de industrie en de landbouw in onzekerheid. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Stikstofwet) die afgelopen maart is aangenomen door de Eerste Kamer biedt weliswaar wat meer zekerheid, maar nog onvoldoende om economische schade te voorkomen.

Naar aanleiding van de uitspraak van de RvS heeft het vorige kabinet in de nieuwe Stikstofwet, aangenomen in maart 2021, laten vastleggen dat de stikstofuitstoot rondom kwetsbare natuurgebieden omlaag moet. De stikstofuitstoot moet in 2030 zo laag zijn dat de helft van de Natura 2000-gebieden niet meer te maken heeft met een stikstofoverschot. Zoals gezegd geeft de Stikstofwet lucht, evenals mogelijkheden om te verhandelen en te salderen, maar ook hierover is nog veel onduidelijkheid en onzekerheid.

Stikstofwet als tussenfase

Dat de Stikstofwet een tussenfase is, blijkt wel uit de plannen van de politieke partijen. De voorgestelde maatregelen om de stikstofproblematiek op de lossen, zijn divers en uiteenlopend. Zo stelt D66 een halvering van de veestapel voor en gaat de Partij voor de Dieren nog verder met een reductie van de veestapel van 75 procent. Het CDA kiest niet voor reductie, maar wil de stikstofcrisis bestrijden door het budget te besteden aan het herstellen van natuurgebieden. De VVD wil de stikstofuitstoot bij de bron aanpakken, maar ook kritisch kijken naar de hoeveelheid natuurgebieden in Nederland, waarbij wordt opgemerkt dat misschien niet alle natuurgebieden te redden zijn. Een aantal rechtse partijen – zoals Forum voor Democratie en de PVV – wil de belemmerende regelgeving rondom stikstof afschaffen.

Alsof de puzzel tijdens de formatie al niet ingewikkeld genoeg is, deed de adviesgroep van topambtenaren ABD Topconsult er onlangs een schepje bovenop toen zij met het advies kwam om naast een generieke reductie van de stikstofuitstoot met 50 procent nog aanvullende gebiedsgerichte maatregelen te nemen bij natuurgebieden die het meest overbelast zijn door stikstof. Wanneer dit laatste niet wordt gedaan, moet de generieke reductie worden opgeschroefd naar 70 procent zodat de natuur voldoende kan herstellen. Duidelijkheid voor ondernemers laat gezien de tegenstellingen nog wel even op zich wachten.

Infrasector niet geholpen met nieuwe wet

De nieuwe Stikstofwet biedt door middel van een partiële vrijstelling enige verlichting omdat vanwege deze vrijstelling geen rekening hoeft te worden gehouden met de stikstofuitstoot tijdens de bouwfase, alleen de gebruiksfase wordt nog meegenomen in de berekeningen. Dit biedt ruimte aan de woningbouw en een deel van de utiliteitsbouw. Woningen en andere gebouwen stoten tijdens het gebruik relatief weinig stikstof uit en zijn dus geholpen met deze vrijstelling.

Voor de infrasector is het een ander verhaal. De meeste stikstof wordt tijdens het gebruik door het wegverkeer uitgestoten. Voor de infrasector is de partiële vrijstelling dus geen oplossing, waardoor de sector nog steeds tegen grote problemen aanloopt doordat nauwelijks vergunningen worden afgegeven.

Daarbij komt een recente uitspraak van de RvS over de vijf-kilometergrens die wordt gehanteerd bij het berekenen van de stikstofuitstoot van een weg. Bij infrastructurele projecten neemt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de stikstofuitstoot die verder dan deze grens neerslaat vooralsnog niet mee in de berekeningen. De RvS stelt hier vraagtekens bij en wijst er onder meer op dat bij het berekenen van de stikstofuitstoot van de agrarische sector en de industrie wel buiten de vijf kilometer wordt gerekend. Wanneer ook bij infrastructurele projecten een grotere omtrek in de berekeningen moet worden meegenomen, zal de stikstofuitstoot van nieuw aan te leggen wegen naar verwachting stijgen en wordt het nog ingewikkelder om de vergunningen rond te krijgen.

Onzekerheid voor de industrie

De sector industrie heeft ondanks de recente verruimingen nog steeds last van stroef verlopende vergunningverlening. Precieze cijfers ontbreken, maar topman Allard Castelein van Havenbedrijf Rotterdam spreekt alleen al voor de regio Rotterdam van 4,5 miljard euro aan investeringen die op losse schroeven staan als gevolg van het stikstofbeleid. Behalve logistieke bedrijven zijn in de Rotterdamse haven ook veel fabrieken gevestigd, waaronder chemische.

Het bedrijfsleven wijst erop dat er wel degelijk gebouwd moet worden om de haven te verduurzamen. Een voorbeeld van een project dat nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen is Porthos, de aanleg van een pijpleiding die de industrie kan gebruiken om afgevangen CO2 op te slaan in lege gasvelden. Het project kreeg een vergunning van de Omgevingsdienst Haaglanden door ongebruikte stikstofruimte te leasen van de Rotterdamse LNG-terminal Gate. Volgens milieuactivist Johan Vollenbroek van milieugroep MOB is de vergunning van Gate echter niet meer geldig. De actiegroep heeft de omgevingsdienst verzocht de vergunning aan te passen of in te trekken.

De problematiek is ingewikkeld omdat het leasen van ongebruikte stikstofruimte niet per se de uitstoot vermindert. De uitstoot kan alleen dalen wanneer deze daadwerkelijk wordt gereduceerd. Een deel van de zo ontstane ongebruikte ruimte kan eventueel alsnog worden verhandeld. Ook op dat vlak wordt geëxperimenteerd. Zo leaset de industrie stikstofruimte van boeren, die met de opbrengst kunnen innoveren om de stikstofuitstoot van hun stallen te reduceren. Het is echter nog onzeker of er een juridische basis is voor dit soort initiatieven. Voorlopig blijft de situatie daardoor ook voor de industrie onzeker. Deze onzekerheid kan een rem vormen op investeringen.

Ook landbouw heeft stikstofruimte nodig

In de agrarische sector zijn circa 3300 bedrijven die onder het oude regime van het PAS mochten uitbreiden, maar sinds de RvS-uitspraak ineens geen geldige vergunning meer hebben, de zogenoemde PAS-melders. In de Stikstofwet heeft de overheid drie jaar uitgetrokken om deze situatie te legaliseren, maar dat is voor veel agrarische ondernemers een erg lange periode. Zij verkeren nu al twee jaar lang in een onzekere situatie waarbij het bijvoorbeeld lastig is om te investeren. En dat terwijl die investeringen wel nodig zijn om het bedrijf te ontwikkelen, de stikstofuitstoot te verminderen of voor een bedrijfsovername. Daarnaast is de onzekerheid over mogelijkheden van interne of externe saldering toegenomen. Is er discussie over het Aerius model dat wordt gebruikt voor de berekening van de stikstofbelasting van natuurgebieden en is er onduidelijkheid over de werking van emissiearme stalsystemen.

De groep ondernemers die in onzekerheid verkeert over de status van hun vergunning is groter dan enkel de ondernemers die zich onder het PAS gemeld hebben. Dit zijn opnieuw ondernemers in de landbouw, maar bijvoorbeeld ook in uiteenlopende sectoren als retail of leisure. Deze zogenoemde groep interimmers is nog niet in kaart gebracht door de overheid. Ondernemers worden opgeroepen zich voor 30 april te melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) als ze PAS-melder zijn of onzeker over de status van hun vergunning. Alleen bij aanmelding kan de procedure van legalisering ingezet worden. ABN AMRO adviseert ondernemers om bij twijfel over de status van hun vergunning in overleg met een deskundig adviseur contact op te nemen met het RVO.

Op dit moment doet zich de complexe situatie voor dat weliswaar is toegezegd dat activiteiten gelegaliseerd gaan worden, maar het nog onduidelijk is om hoeveel bedrijven dit gaat, in welke sectoren zij zich bevinden en – bovenal – hoeveel stikstofruimte nodig is om deze activiteiten gelegaliseerd te krijgen.

Wel is duidelijk dat er stikstofruimte nodig is voor verschillende activiteiten, terwijl de totale stikstofuitstoot nog omlaag moet. Daar zijn vrijwel alle partijen het ook over eens. De partijen verschillen echter flink van mening over de manier waarop de stikstofuitstoot omlaag moet en hoe deze vervolgens verdeeld moet worden.

De huidige situatie veroorzaakt dus in verschillende sectoren economische schade. En niet te vergeten, de huidige maatregelen zijn niet voldoende om de natuur echt te kunnen laten herstellen. Dat blijkt wel uit de verschillende onderzoeken die aangeven dat de stikstofuitstoot verder omlaag moet dan wat het demissionaire kabinet in de nieuwe Stikstofwet heeft laten vastleggen. Een nieuw kabinet moet dus snel maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de natuur kan herstellen en de onzekerheid bij ondernemers wordt weggenomen. Het is tijd dat de nieuwe coalitie keuzes maakt die het vorige kabinet voor zich uit heeft geschoven. De politiek moet moeilijke knopen doorhakken. De maatregelen die het nieuw te vormen kabinet neemt, zullen vermoedelijk veel publiek geld vergen en verstrekkende gevolgen hebben voor ondernemers.

 

 

 

 

Het bericht #Stembuzz – Stikstof is hoofdpijndossier bij formatie verscheen eerst op Insights.

Source

Categorised in: ABN Amro, Economie, Industrie, Research