Permanente stijging inflatie

Eén voor één zijn alle belangrijke economische spelers in de Verenigde Staten het afgelopen jaar in de ban geraakt van de stijgende prijzen. Het thema dook voor het eerst op in de statige kantoren van de Federal Reserve en sijpelde later door naar de bestuurskamers van het bedrijfsleven. Uiteindelijk drong het ook door in de huiskamers van de Amerikaanse gezinnen. De Visie van Clément Inbona, fondsmanager La Financiere De l’Echiquier (LFDE).

De onverwachte terugkeer van inflatie als gespreksonderwerp blijkt niet zonder redenen. De Consumer Price Index (CPI), een van de weinige grote indicatoren die al voor heel 2021 beschikbaar zijn, toont hoe sterk de consumptieprijzen in 2021 wel niet gestegen zijn. Er kwam 7,1% bij, tegen 1,3% het jaar voordien. Dat is niet alleen de grootste stijging in bijna dertig jaar, het is ook de grootste versnelling op één jaar tijd sinds bijna veertig jaar! De ommekeer was zo bruusk dat er in zijn kielzog onvermijdelijk verliezers en winnaars zijn.

Koude douche

Voor Amerikaanse werknemers was het een koude douche. Hun weekloon is wel met 4,7% gestegen, wat heel wat Europeanen hen mogelijk benijden, maar per saldo gingen zij erop achteruit. De goederen en diensten die ze afnemen, werden gemiddeld namelijk 7,1% duurder. In reële termen is dat een relatieve verarming van 2,4%. Voor studenten en gepensioneerden is het eindoordeel op het eerste gezicht nog wat zwaarder.

De Federal Reserve bestempelde de opwaartse prijsdruk aanvankelijk nog als een ’tijdelijk’ fenomeen, maar moest die ongelukkige woordkeuze uiteindelijk opgeven en zich opmaken om te doen wat haar mandaat voorschrijft en tegen de inflatie ten strijde te trekken. Ze brengt dan ook alles in gereedheid om de rente dit jaar viermaal op te trekken, te beginnen in maart. Tegelijk zal de centrale bank stoppen met obligaties aan te kopen. Een aantal bestuurders overweegt zelfs al om de rente in 2022 vijfmaal te verhogen, een duidelijk teken dat zij de toestand ernstig achten.

Uitzonderlijke winstgroei

Bedrijven zagen door de inflatie hun kosten fors oplopen – de producentenprijzen stegen in 2021 met 9,7% – maar realiseerden niettemin een uitzonderlijke winstgroei. De definitieve resultaten over het vierde kwartaal worden pas in de loop van de komende weken bekendgemaakt, maar de consensusverwachting is alvast dat de bedrijven in de S&P 500 hun omzet gemiddeld met 12,5% wisten te verhogen. Meer dan de stijging van hun aankoopprijzen, met andere woorden. De bedrijfswinsten zullen wellicht letterlijk de hoogte inschieten, met een verwachte winstgroei van 48,7%. Zij zijn op dit moment dus de grote winnaars in dit verhaal. Die rijk gevulde kas kunnen bedrijven naar keuze aanwenden om zich voor te bereiden op de toekomst door te investeren of strategische overnames te doen, of om hun aandeelhouders te belonen door dividenden uit te keren of door eigen aandelen in te kopen.

Er heeft zich tot nu toe duidelijk een prijs-winstspiraal voltrokken. De inflatie kan echter een permanenter karakter krijgen, bijvoorbeeld omdat de huizenmarkt verder verhit of een coronagolf China – de fabriek van de wereld – lamlegt. Bovenal kan ze zichzelf in stand beginnen te houden door stijgende lonen, nu de krapte op de arbeidsmarkt waarschijnlijk tot hogere looneisen leidt. Na een prijs-winstspiraal dreigt er met andere woorden een prijs-loonspiraal op gang te komen.



Categories: Inflatie, Research