NEIZ: Na een snelle start terug naar normaler groeitempo

De Nederlandse economie is na het loslaten van de coronarestricties sterk begonnen aan het herstel. Een flinke groei van de consumptie en de uitvoer in het tweede kwartaal van 2021 resulteerden in een groei van het bbp van 3,1% vergeleken met een krimp van 0,8% in het voorgaande kwartaal. Ten opzichte van een jaar eerder, het tweede kwartaal van 2020 en tevens het dieptepunt van de pandemie, groeide het bbp met maar liefst 10%. Waar de restricties eerder de val van activiteit bepaalden, dicteert de afbouw ervan nu ook het herstel. De stevige inhaalgroei van de consumptie en de uitvoer in het tweede kwartaal kalft af, zodat de groei in de komende kwartalen normaliseert. Als de activiteit eenmaal is teruggeveerd naar het oorspronkelijke niveau wordt groei ook minder vanzelfsprekend. Risico’s liggen in de verspreiding van de deltavariant, de krapte op de arbeidsmarkt en de aanhoudende problemen bij internationale aanvoerlijnen. Wij verwachten dat de Nederlandse economie in 2021 met 3,9% j-o-j groeit en in 2022 met 2,8% j-o-j.

[Download niet gevonden]

Inhaaleffect consumptie, maar nog een lange weg te gaan

Het terugdraaien van de coronarestricties brengt een flinke bestedingsimpuls teweeg. Consumenten trekken er weer op uit om gebruik te maken van diensten die in het eerste kwartaal nog gesloten waren. Aan de forse groei van de consumptie in het tweede kwartaal (5,7% k-o-k) is te zien dat consumenten flink gebruik gemaakt hebben van de hernieuwde vrijheden. Op de zomer van 2020 na, was het de sterkste consumptiegroei in een kwartaal ooit. In de komende kwartalen verwachten wij een lagere groei van de consumptie. Huishoudens gaan door vakanties meer consumeren in het buitenland en het positieve sentiment lijkt, af te lezen aan het consumentenvertrouwen, over het hoogtepunt heen te zijn.

Belangrijk voor de ontwikkeling van de consumptie is de vraag wat huishoudens met hun extra coronaspaargeld gaan doen. Tijdens de pandemie is er ongeveer EUR 46 mld extra gespaard. Zou dit in zijn geheel uitgegeven worden, dan betekent dit een flinke steun in de rug voor het herstel. Het is echter onwaarschijnlijk dat dit gaat gebeuren. De spaargelden zijn ongelijk verdeeld over Nederlandse huishoudens en bevinden zich vooral bij de rijkere huishoudens. Bovendien leent de tijdens de coronacrisis hardst geraakte sector, de dienstensector, zich nauwelijks voor inhaalbestedingen. Een recente enquête van DNB bevestigt dit uitgangspunt: huishoudens geven in deze enquête aan slechts 14% van hun coronaspaargelden te willen gebruiken voor consumptie.

Gespannen arbeidsmarkt krijgt snel wat lucht

Met de heropening keert ook de arbeidsmarkt van voor de coronacrisis snel terug. Eind 2019 was de arbeidsmarkt eveneens krap. De huidige krapte overtreft echter die van toen. Enkele pandemiegerelateerde factoren versterken de huidige krapte. Ten eerste is personeel uit de getroffen sectoren tijdelijk elders gaan werken. Ze vonden werk in vaccinatiecentra en teststraten. Na de heropening van de horeca zijn niet alle werknemers meteen teruggekeerd naar het oude nest. Een deel van hen is nog werkzaam in deze ‘coronabanen’. Ten tweede houden de coronasteunpakketten bedrijven overeind, ook als daar geen toekomst meer voor is. Dit houdt werkgelegenheid in stand, maar belemmert ook de dynamiek op de arbeidsmarkt. Ten derde zijn arbeidsmigratiestromen door de coronacrisis flink afgenomen.

Deze redenen geven meteen aan dat het huidige niveau van krapte tijdelijk is. Nu meer en meer Nederlanders twee prikken hebben gekregen, zijn ook de ‘coronabanen’ minder nodig. Deze werknemers kunnen hun weg vinden naar de meest krappe sectoren. Ook werd deze week duidelijk dat de generieke steun aan bedrijven per 1 oktober stopt. De economie zal zich aanpassen aan een situatie zonder steun. Werknemers die in bedrijven werken die zonder steun niet kunnen overleven, zullen zich na faillissement melden op de arbeidsmarkt. Als laatste verwachten wij dat er in de loop van 2021 en 2022 weer meer arbeidsmigranten naar Nederland zullen komen. Tegen het eind van 2021 en begin 2022 verwachten wij daarom een hap lucht voor de arbeidsmarkt. Dit betekent echter niet dat de krapte helemaal verdwijnt.

De terugkeer naar een krappe arbeidsmarkt zal de economische groei de komende jaren beïnvloeden. Over enkele weken is het Prinsjesdag. Een nieuwe regering doet er goed aan in het regeerakkoord oog te hebben voor deze krapte. Ook voor de maatschappelijke opgaven van Nederland, zoals de energietransitie, is immers voldoende personeel nodig.

Krapte stuwt tijdelijk de loongroei

Deze huidige krapte op de arbeidsmarkt vertaalt zich in hogere lonen. Krapte helpt werknemers in hun onderhandelingspositie ten opzichte van werkgevers. Wij zien voor werknemers gunstigere cao-afspraken. Daarnaast zien we de incidentele lonen toenemen. De startsalarissen liggen hoger en het aantal werknemers dat promotie maakt of meer uren gaat werken, groeit. Doorgaans is de bijdrage van de incidentele lonen aan de totale brutoloonontwikkeling negatief. Dit komt door de vergrijzing. Oude, relatief dure krachten gaan met pensioen en worden vervangen door goedkopere jongeren. Omdat het huidige niveau van krapte tijdelijk is, zal ook de grote opwaartse druk op de lonen van korte duur zijn. De cao-loongroei zal naar verwachting terugkeren naar het niveau van vóór de coronacrisis (tussen de 2 en 3 procent per jaar). Omdat de opleving van de loongroei niet doorzet, blijven onze verwachtingen voor het reëel besteedbaar inkomen negatief voor 2021 en 2022.

Inflatie blijft binnen de perken

De stijging van de inflatie is in Nederland een minder prangend probleem dan bijvoorbeeld in de VS, waar de vrees voor inflatie en mogelijk ingrijpen door de Amerikaanse centrale bank financiële markten bezighoudt. Eerder schreven wij al dat we in Nederland geen grondslag zien voor een structureel hogere inflatie. De inflatie in Nederland lag bij heropening korte tijd hoger, voornamelijk door stijgende energieprijzen. Wij verwachten dat de inflatie dit jaar net onder de 2% uitkomt en volgend jaar zakt tot onder de 1,5%. Het huidige niveau van de arbeidsmarktkrapte, de loongroei en de prijsstijgingen door internationale bottlenecks zullen vanwege hun tijdelijke aard geen blijvende prijsdruk opleveren. Daarom verwachten wij dat de inflatie in toom blijft. Er schuilen mondiaal echter wel enkele risico’s. Inflatie wordt in een kleine, open economie als de Nederlandse voor een groot deel geïmporteerd. Ook al is het niet onze verwachting, een structureel hogere inflatie in het buitenland zal ook Nederland inflationair raken.

Uitvoer en investeringen normaliseren

Factoren die de inflatie wereldwijd blijvend kunnen opstuwen zijn aanhoudend hogere grondstofprijzen en voortdurende bottlenecks in internationale aanvoerlijnen, al zijn die volgens ons niet aannemelijk. Deze factoren duren wel langer dan wij voorheen dachten. Waar deze problematiek in de tweede helft van 2020 veroorzaakt werd doordat de wereldwijde vraag naar vrachtvervoer simultaan aantrok, werd de problematiek in 2021 verlengd door bijvoorbeeld de Suez-blokkade en doordat Chinese havens moesten sluiten in verband met nieuwe corona-uitbraken .

Ondanks de langer aanhoudende bottlenecks en de wereldwijde activiteitsindicatoren die ons laten zien dat de sterke inhaalgroei over het hoogtepunt heen is, verwachten wij voor komend jaar een robuuste groei van de wereldhandel. De Nederlandse uitvoer heeft sterk geprofiteerd van het herstel. De handel met het buitenland droeg in het afgelopen kwartaal flink positief bij aan de bbp-groei met een netto bijdrage van 1,5 procentpunt. Voor de komende kwartalen zal de bijdrage van de handel minder hoog uitvallen. Dankzij het herstel van de winstgevendheid van bedrijven in het buitenland nemen ook de overschotten op de lopende rekening weer toe tot de niveaus die we voor corona gewend waren.

Door het internationale karakter van de Nederlandse industrie stijgen ook de investeringen in lijn met de sterke groei van de handel. In tegenstelling tot andere subcomponenten van het bbp waren de investeringen begin 2021 al op het niveau van voor corona. Aan het begin van de pandemie stelden veel ondernemers hun investeringen uit. Toen duidelijk werd dat het einde van de pandemie in zicht was, zijn veel van deze plannen alsnog van stal gehaald. Meer recent zien we dat de krapte op de arbeidsmarkt en de hogere prijzen voor grondstoffen hun weerslag hebben op de investeringen. In het tweede kwartaal van 2021 is minder geïnvesteerd dan in het kwartaal ervoor. Zowel de bedrijfsinvesteringen als de woninginvesteringen liepen terug. Dit kan te maken hebben met de hogere prijzen van bijvoorbeeld bouwmaterialen en de moeite die bedrijven hebben om geschikt personeel te vinden. Er is geen reden om te geloven dat bedrijven weinig prikkels hebben om te investeren, aangezien de maandelijkse activiteitsindicatoren, zoals het producentenvertrouwen en de industriële productie, op hoge niveaus staan.

 Na inhaaleffect is groei ook minder vanzelfsprekend

Hoewel het risico van een aanhoudend hoge inflatie in Nederland beperkt is, kan Nederland wel degelijk last krijgen van inflatie in de VS, dat meer risico op dit vlak loopt. Als de Federal Reserve, de centrale bank van de VS, besluit het monetair beleid te verkrappen, dan kan dit de Nederlandse economie op twee manieren raken. Enerzijds kan de financiële verkrapping overslaan naar Europa en tot hogere rentes leiden. Anderzijds is er het indirecte effect via de handel: minder vraag vanuit het buitenland.

Dit indirecte effect via de handel speelt ook een rol bij de verspreiding van de nieuwe deltavariant. Hoewel wij de kans op nieuwe restricties in Nederland als gevolg van de deltavariant niet hoog inschatten vanwege de hoge vaccinatiegraad blijft de dreiging van een vraagterugval in landen met een minder hoge vaccinatiegraad groot. Met name de opkomende economieën lopen hier risico.

Begrotingstekort valt in 2022 door stopzetten generieke steun lager uit

Het demissionaire kabinet heeft recent gecommuniceerd per oktober de generieke steun aan het bedrijfsleven te stoppen. Vanuit de begroting was er nauwelijks reden om hiertoe over te gaan. De overheidsfinanciën staan er immers goed voor. Gedurende de gehele pandemie is de drempelwaarde van 60% schuld ten opzichte van het bbp niet overschreden. Het stoppen van de steun leidt in 2022 wel tot een veel kleiner begrotingstekort dan we in 2020 en 2021 gezien hebben. Onze verwachting is dat in 2021 de schuld ten opzichte van het bbp 57% zal bedragen en deze ratio in 2022 zal dalen naar 56%.

Het bericht NEIZ: Na een snelle start terug naar normaler groeitempo verscheen eerst op Insights.

Source



Categories: Economie, Research