Inflatie-angst. Gepimpt?

Jubel niet mee met de meute met het omvangrijke stimuluspakket van VP-president-elect Biden om 1.900 miljard dollar onder de Amerikaanse bevolking te verdelen. Het is eerder een pleister op een gebroken been dan een gipsverband.

Natuurlijk moet iets worden gedaan om de door het coronavirus aangetaste economie te helpen. Het is goed dat overheden een gebaar maken en mensen steunen.

Echter, de historie leer een aantal zaken. Eenmalige steunuitgaven hebben beduidend minder dan een structurele hulp. Verhoging van sociale uitkeringen en belastingverlagingen voor de lagere- en middengroepen zou effectiever zijn geweest. Eenmalige uitgaven worden veelal gebruikt voor het aflossen van schulden en niet voor consumptieve doeleinden. Natuurlijk ontstaat daardoor wel meer bestedingsruimte op termijn, maar een knaller van een effect op de korte termijn zal het niet hebben.

Het is dan ook uiterst twijfelachtig of het steunpakket van Biden een aanjager voor de inflatie en is. Waarschijnlijk veel minder dan door vele analisten en economen wordt gevreesd.

De groeiende angst, terecht of niet, het is wat de markt denkt, voor inflatie zal eerder een positief dan een negatief effect hebben op de waardering van aandelen. Een stijgende inflatie gaat gepaard met stijgende bedrijfswinsten. Stijgende inflatie leidt tot een hogere rente en daardoor een rotatievlucht uit obligaties.

Echter, de kans op stijgende prijzen en stijgende bedrijfswinsten wordt afgeroomd door de bezettingsgraad van de industrie plus een hogere concurrentie uit de VS en China. Cijfers van TradingEconomics laten zien dat bijna over de industriële productie op jaarbasis onder druk staat. Bijna overal staat de bezettingsgraad van de industrie beneden de 80%.

Categorised in: Eddytorial, Research