Het is te vroeg om Europa af te schrijven

Deze column heeft op 1 april in het FD gestaan

 

Europa heeft het zwaar te verduren. Niet alleen lijdt de economie in de eurozone in deze crisis ongeveer tweemaal zoveel schade als de Amerikaanse (6,8% versus 3,5% bbp krimp), ook krijgt de onze slechts half zoveel fiscale steun (8% versus 15% van het bbp). En de Amerikaanse economie gaat al weer in rap tempo helemaal open, dankzij het drie keer sneller vaccineren, terwijl Europa voorlopig alleen maar verder op slot gaat.

Wie eerder kan beginnen aan zijn herstart, kan zijn marktaandeel in de wereld vergroten zolang de concurrentie is uitgeschakeld. Die andere economische grootmacht, China, groeit sinds eind vorig jaar weer harder dan voor corona.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, staan de — Britse en Amerikaanse — kranten vol analyses over de oorzaken van dat enorme Europese falen: de besluiteloosheid, trage bureaucratie, knullige onderhandelingen met farmaceuten en angst voor publieke schuld. ‘Tja, verkeerde zuinigheid’, concludeerde econoom Paul Krugman vorige week.

Op het eerste gezicht zijn bovenstaande constateringen juist. Met de $1.400 stimulus cheques die Amerikanen met lagere en middeninkomens dezer dagen ontvangen, lijken de VS een onstuimig groeipad tegemoet te gaan, terwijl de eurozone struikelend naar de finish strompelt.

Winnaar

Zoals het er nu naar uitziet, zal Amerika de economische schade begin 2022 hebben ingelopen, terwijl Europa dan nog met grote overcapaciteit zit opgescheept. Toch is het te vroeg om Europa af te schrijven. ‘It ain’t over till the fat lady sings’, luidt een Amerikaans gezegde. Op de langere termijn zou het beschermende effect van inkomenszekerheid en een high trust overheid, die niet achteraf compenseert maar vooraf beschermt, een belangrijke troef kunnen zijn tegen schadelijk populisme en de grote transities die nog komen.

De aanpak van de crisis was zowel in Europa als in Amerika gericht op het stutten van inkomens, maar op een manier die fundamenteel verschilde. In Amerika ontsloegen bedrijven in rap tempo bijna 20% van de beroepsbevolking, waarna de overheid zorgde voor directe inkomenssteun en daarmee vraagstimulering. In Europa werd balanssteun verleend aan getroffen bedrijven, in ruil voor het in dienst houden van personeel.

Waar het Europese beleid er juist op gericht was om de inkomensschok van ontslag te voorkómen, liet Amerika de schok gebeuren en compenseerde huishoudens voor het inkomensverlies. De veel sterkere ontslagbescherming in Europa staat uiteraard aan de wieg van dit verschil in aanpak. Door die bescherming waren er zonder balanssteun enorm veel faillissementen ontstaan. Daarbij zag men in Europa al snel in dat een faillissementsgolf tijdens een lockdown niet tot creatieve destructie leidt, maar slechts tot destructie. Kapitaal en werkenden ‘vloeien’ immers niet als vanzelf naar de meer productieve delen van een economie als die op slot zit.

De Europese opvatting over het belang van collectieve gezondheid leidde bovendien tot de keuze voor een veel langere lockdown. Vraagstimulering waarbij consumenten de winkel opzoeken wilde Europa juist voorkomen. In Amerika was er na de eerste golf al snel nauwelijks bereidheid tot restricties, vooral in de zogenaamde Red States. Een triest gevolg is dat er in de VS sinds het begin van de pandemie fors meer doden per 100.000 inwoners zijn gevallen.

Onzekerheid

De verschillende aanpakken hebben verschillende effecten. De economische onzekerheid waarmee Amerikaanse gezinnen werden geconfronteerd (ondanks dat hun inkomen steeg) maakt dat een kleiner deel van de fiscale impuls daadwerkelijk wordt besteed. In enquêtes zeggen vooral de Amerikanen met lagere inkomens het geld van de stimulus cheques te gebruiken als appeltje voor de dorst of om schulden af te betalen. Extra discretionaire bestedingen worden nauwelijks genoemd.

Deze voorzorgsbesparingen maken een dollar vraagstimulering minder effectief in Amerika dan in Europa. Dat betekent ook dat de veel hogere fiscale impuls niet tot evenredig veel extra bestedingen hoeft te leiden. In de eurozone daarentegen kreeg vrijwel iedereen zijn loon gewoon doorbetaald. In veel eurozonelanden steeg het inkomen door, terwijl de economie kromp. Inmiddels staat er zo’n €750 mrd aan cash op Europese rekeningen, want het geld kwam wel binnen maar werd niet besteed.

Oververhit

Of een dollar van de cash handout in Amerika, of een euro van de onvrijwillige besparingen in Europa een grotere bestedings- boom veroorzaken na heropening valt nog niet te zeggen, al kunnen de Amerikanen dat veel eerder ervaren dan wij in Europa. Los van het effect per euro is er natuurlijk de veel grotere fiscale impuls zelf. Die leidt in Amerika tot grote onrust over ongewenste inflatie, maar in Europa is die angst onterecht. De grotere economische klap zorgt ervoor dat de eurozone minder snel oververhit raakt dan de Amerikaanse economie. Weliswaar denken wij dat dit ook in de VS niet zo’n vaart zal lopen, maar als het misgaat en er een plens koud water over de economie wordt uitgestort in de vorm van een renteverhoging, is een publiek schuldniveau als dat in Amerika wel degelijk reden tot zorg.

Last but not least is de relatieve zuinigheid van de eurozone ten opzichte van de VS ook een buffer voor wat er nog aankomt: we staan aan de vooravond van grote transities op het terrein van CO2-reductie en kunstmatige intelligentie. Zorgen dat iedereen mee kan en voorkomen dat schadelijk populisme de overhand krijgt, gaat de schatkist nog een flinke duit kosten. Pas als dat achter de rug is, weten we welke aanpak van een crisis de beste bleek: it ain’t over till the fat lady sings.

 

Het bericht Het is te vroeg om Europa af te schrijven verscheen eerst op Insights.

Source

Categorised in: ABN Amro, Economie, Research