Het glas is groener bij de buren

Het ‘Fit for 55’-klimaatpakket van de Europese Commissie (EC) was nog maar net gelanceerd of de eerste reacties stroomden binnen. De Europese brancheorganisatie voor producenten van glas liet er geen gras over groeien: “De glassector staat klaar om ons essentiële materiaal beschikbaar te maken voor deze transitie en tegelijkertijd nieuwe manieren te ontwikkelen om onze eigen industriële emissies te verlagen”, aldus Philippe Bastien, baas van ‘Glass for Europe’.

Het deed me denken aan een mooi Chinees gezegde: ‘als de wind van verandering waait, dan bouwen sommige mensen muren en anderen windmolens’. De glasindustrie is dus duidelijk bezig met het bouwen van windmolens. Maar er moeten nog muren geslecht worden om grotere stappen in de klimaatdoelen te zetten.

De glans van glas

Uit de glasindustrie komen producten voort zoals vlakglas (zoals ruiten), glaswol, glasvezels en verpakkingsglas. Verpakkingsglas is verreweg de grootste tak en de vraag naar deze producten is vooral afhankelijk van economische trends in de voedingsmiddelenindustrie. De overige glasproducten zijn afhankelijk van het nieuwbouwvolume in woningbouw, utiliteitsbouw en infrastructurele werken.

De producenten van glas vallen daarmee met hun bedrijfsactiviteit deels onder bouwmaterialenindustrie. En bijna alle producten uit deze industrie hebben één gemeenschappelijke deler: ergens in het productieproces gaat het product de oven in, waarbij vervolgens zeer hoge temperaturen komen kijken. En dat kost veel energie.

Door dit energie-intensieve proces liggen de kosten van het energieverbruik voor de producenten van glas relatief hoog. Uiteindelijk komt volgens het CBS ongeveer 10% van de totale bedrijfskosten van de producenten van glas voor rekening van energie. En de energiemix is hierin grosso modo 80% aardgas en een kleiner deel elektriciteit (circa 20%). Deze mix willen de producenten van glas graag omdraaien, zodat in de toekomst 80% van de energiemix voor rekening komt van elektriciteit.

Kristal helder

De transitie naar meer elektrificatie is dus voor de sector interessant. En daar zijn ze bij onze oosterburen voortvarend mee. De Duitse glasverpakkingsindustrie heeft zich namelijk verenigd om elektrificatie van het proces op gang te krijgen. Het project heet “Furnace for the Future” (F4F) en heeft als doel meegekregen om tegen 2023 een oven te hebben die elektriciteit gebruikt om de traditionele ovens op fossiele brandstoffen te vervangen.

Maar er zijn ook andere manieren die bijdragen aan het klimaatdoel. Denk aan de terugwinning en inzet van afvalwarmte, maar ook een verbetering in het ovenontwerp en meer inzet van glasafval. Zo ligt de recyclegraad van glas relatief hoog. Het groene imago van recycling in deze sector is echter toch iets minder. Want per saldo is het recyclen van glas nog steeds erg energie- en broeikasgasintensief. Dat neemt niet weg dat het recyclen van externe stromen een kans is voor meer efficiëntie en dus lagere emissies.

Het is duidelijk. Per saldo zal de meeste winst worden geboekt in de CO2-reductie bij de productie van glas. En dan met name bij het vervangen van de bestaande fossiele brandstoffen voor groenere equivalenten, zoals biogas en volledige elektrificatie. Een versnelling in de beschikbaarheid van hernieuwbare energiebronnen is daarbij essentieel.

Deze column heeft op 2 augustus in de Financiele Telegraaf gestaan onder de titel ‘Het glas is groener bij de buren’.

Het bericht Het glas is groener bij de buren verscheen eerst op Insights.

Source



Categories: Industrie, Research