Ethenea: 100 dagen Brexit

Begin januari verliet het Verenigd Koninkrijk voorgoed de EU. Nu, 100 dagen na Brexit, maken we de balans op – en het is duidelijk geworden dat Brexit nu al verregaande economische veranderingen teweegbrengt, en er lijkt geen einde in zicht. De Visie van Volker Schmidt, Senior Portfolio Manager, Ethenea.

Volgens de laatste berekeningen van de Europese Commissie zal de Brexit het Verenigd Koninkrijk duur komen te staan: de schade voor de Britse economie tegen eind 2022 wordt geraamd op meer dan 40 miljard GBP. Met een bruto binnenlands product ( bbp) van ongeveer 2 biljoen pond komt dit neer op ongeveer 2,25 %. Ter vergelijking: voor de EU-staten wordt een gemiddeld verlies van ongeveer 0,5% verwacht. Vooral de moeilijkere handelsvoorwaarden wegen op de economie. Hoewel het VK en de EU het eens konden worden over een vrijhandelsovereenkomst, waardoor de handel tolvrij blijft, neemt tegelijkertijd de bureaucratische rompslomp toe. Britse bedrijven moeten bijvoorbeeld bewijzen dat naar de EU geëxporteerde goederen hoofdzakelijk in eigen land zijn geproduceerd. In een geglobaliseerde economie met soms complexe toeleveringsketens is dit geen gemakkelijke opgave.

Daarbovenop komen nog gezondheids- en veiligheidscontroles, btw op invoer en andere tijdrovende obstakels die de handel beperken. Veel bedrijven, vooral kleine en middelgrote, voelen zich niet opgewassen tegen de bureaucratische uitdagingen en zijn tijdelijk helemaal gestopt met exporteren. Volgens de New York Times is het exportvolume dat in januari het kanaal is overgestoken met meer dan tweederde gedaald in vergelijking met het jaar daarvoor. Vooral producenten van vis, vlees en zuivelproducten zijn getroffen – in sommige gevallen zijn er berichten over tonnen rottend voedsel dat niet door het bureaucratische mijnenveld naar de havens in Frankrijk en Nederland is gekomen.

Londen blijft terrein verliezen als financieel centrum

Zelfs de Britse financiële sector, die lange tijd het belangrijkste en grootste centrum voor de effectenhandel in Europa was, voelt de gevolgen van de Brexit. Vrijwel van de ene dag op de andere is de aandelenhandel naar het Europese vasteland verhuisd, met name naar Amsterdam en Parijs, terwijl de handel in derivaten grotendeels naar New York is gemigreerd. De afwikkelingsgigant Euroclear heeft onlangs de overdracht van ongeveer 50 Ierse effecten met een tegenwaarde van ongeveer 100 miljard euro naar Brussel afgerond – deze werden voorheen in Londen afgewikkeld. Tot nu toe vertrouwde Ierland op het in het VK gevestigde Euroclear-filiaal "Crest" voor de afwikkeling van effectentransacties.

De door de Brexit teweeggebrachte veranderingen zijn ingrijpend en staan nog in de kinderschoenen. Over de regels voor de toekomstige handelsbetrekkingen wordt nog onderhandeld en de eerste twistpunten over de speciale bepalingen voor Noord-Ierland laten zien dat het Brexit-hoofdstuk nog lang niet voorbij is. Om grenscontroles tussen Noord-Ierland en de Ierse Republiek te voorkomen, bepaalt de EU-uittredingsovereenkomst dat de regels van de interne markt van de EU op Noord-Ierland van toepassing zullen blijven. Daartoe zou aan het einde van de overgangsperiode, maar uiterlijk vanaf begin april, een handelsgrens tussen Noord-Ierland en de rest van het VK worden ingevoerd. Nu heeft de Britse regering deze overgangsperiode echter eenzijdig verlengd, hetgeen de EU als een schending van de overeenkomst beschouwt. Aangezien de Britse regering haar aankondiging nog niet heeft ingetrokken, legt de EU de zaak nu voor aan het Europees Hof van Justitie. Indien het Hof in het voordeel van de EU beslist, kunnen financiële sancties worden opgelegd. De sfeer tussen Londen en Brussel wordt dan ook steeds meer gespannen.

Brits pond ondanks herstel ver verwijderd van niveau van voor de Brexit

Ondanks de aanvankelijke moeilijkheden is het Britse pond er ten opzichte van de euro duidelijk op vooruitgegaan sinds het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten. Terwijl de Britse munt in december nog rond de 1,10 noteerde, is een pond vandaag al 1,16 euro waard. Dit is zeker voor een deel te danken aan de veel succesvollere vaccinatiecampagne in het VK. Niet alleen de risicogroep van 70-plussers is gevaccineerd, maar ook één op de vier Britse volwassenen heeft zijn vaccinatie gekregen. Bovendien wordt de munt gesteund door het feit dat de onzekerheid rond de Brexit zo goed als verdwenen is. Volgens de wijdverbreide opvatting van veel Brexit-aanhangers heeft Londen zijn buitenlands beleid en economische lot nu weer in eigen hand, en dat blijkt niet alleen uit het succes van de vaccinatiecampagne, maar voor de toekomst ook uit de hernieuwde handelsbetrekkingen buiten Europa, bijvoorbeeld met China en de VS. Het is echter ook waar dat het herstel van het pond is begonnen vanaf een historisch extreem laag niveau en nog ver verwijderd is van de niveaus van vóór de Brexit van meer dan 1,40 euro. Op korte termijn kan de sterkte van het pond zeker nog toenemen, maar op lange termijn valt nog af te wachten of Londen een duurzaam economisch voordeel kan halen uit zijn ogenschijnlijk herwonnen soevereiniteit en vaccinatievoordeel.

Op korte termijn kan de verkoopdruk voor Gilts aanhouden

Sinds het begin van dit jaar hebben Britse staatsobligaties met een looptijd van 10 jaar (of Gilts) hun slechtste kwartaal sinds jaren beleefd, nu de vooruitgang op het gebied van vaccinatie, de rooskleurigere economische vooruitzichten en de verdwijnende Brexit-onzekerheid een opwaartse druk op de rendementen hebben uitgeoefend. In het verleden belegden de beleggers in de veronderstelling dat de Bank of England de rente misschien tot onder nul zou moeten verlagen om de economie een impuls te geven. Maar nu het vertrouwen in de economische vooruitzichten is gestegen, is het plaatje veranderd en is er verkoopdruk ontstaan op Britse obligaties. Dit leidde tot een grotere spread tussen de Britse Gilts en de Duitse Bunds, omdat de vooruitzichten in Duitsland en de EU in het algemeen veel somberder zijn en de ECB niet alleen haar obligatieaankopen heeft voortgezet, maar zelfs heeft aangekondigd deze te verhogen om de rente laag te houden. Wij verwachten dat de verkooptrend in Britse staatsobligaties op korte termijn zal aanhouden en dat deze obligaties het minder goed zullen doen dan staatsobligaties uit de EU. Op middellange termijn kan deze trend afvlakken, namelijk wanneer Europa de vaccinatieachterstand inhaalt en de ECB de strategie van de Fed en de BoE gaat volgen door de rente iets hoger te laten oplopen.

Concluderend denken wij dat het Britse pond op korte termijn in waarde zal blijven stijgen ten opzichte van de euro, gezien het nog steeds historisch lage niveau en de betere economische vooruitzichten. Tegelijk kan de verkoopdruk op Gilts aanhouden, omdat er minder vraag is naar Britse veilige havenbeleggingen en buitenlandse beleggers hun beleggingen in Gilts heroverwegen. Op middellange termijn denken wij echter dat de EU een inhaalbeweging zal maken en dat Brexit-gerelateerde kwesties opnieuw op de voorgrond zullen treden.