De week van groeifonds, TONK, R&D en hypotheekrente

  • Hoe sommige partijen het geld van het groeifonds beter weten te besteden
  • TONK-regeling van start
  • Nederlandse R&D-doelstelling raakt verder uit beeld door corona
  • Lichte stijging verwacht van de hypotheekrente

Hoe sommige partijen het geld van het groeifonds beter weten te besteden

Het kabinet trekt de komende 5 jaar 20 miljard euro uit voor investeringen die bijdragen aan economische groei. Via investeringen in innovatie, infrastructuur en kennis hoopt het kabinet de economische groei in Nederland structureel te verhogen. Maar niet alle partijen zijn daar even enthousiast over, zo blijkt uit de doorrekening van de partijprogramma’s van het Centraal Planbureau (CPB) afgelopen week. De VVD, het CDA en 50PLUS laten het Nationaal Groeifonds ongewijzigd, de andere partijen kiezen voor een alternatieve invulling.

GroenLinks, de SP, de PvdA, de ChristenUnie en DENK gebruiken de volledige 20 miljard euro voor andere doeleinden. De PvdA zet, meer dan andere partijen, in op bereikbaarheid. Dit komt met name door de investeringen in openbaar vervoer en de kilometerheffing. GroenLinks en de SP trekken relatief veel geld uit voor klimaat en milieu. Bij GroenLinks komt een groot bedrag terecht bij het opkopen van veehouderijen, terwijl de SP inzet op de verduurzamen en isoleren van woningen, subsidies op zonnepanelen en compensatie voor het stoppen van olie- en gaswinning. De ChristenUnie lijkt het bedrag te spreiden over de verschillende overheidsuitgaven. Hetzelfde geldt voor DENK, alhoewel deze partij, samen met de SP, fors inzet op zorg. Bij beide partijen komt dat vooral neer bij de verhoging van de lonen in de zorg en het afschaffen verplichte eigen risico in de zorgverzekeringswet. Bovendien heeft de SP een groot bedrag gereserveerd voor het uitbreiden van het basispakket met tandheelkundige zorg, paramedische zorg en anticonceptie.

D66 en SGP gebruiken ook een deel van de uitgaven van het Nationaal Groeifonds voor andere doeleinden. Bij D66 komt dit neer bij het onderwijs en maar ook bij overdrachten naar bedrijven. Binnen onderwijs richt de partij zich voornamelijk op betere arbeidsomstandigheden voor leraren en meer geld naar fundamenteel onderzoek. Binnen overdrachten naar bedrijven zet D66 in op het opzetten van een corporatiefonds woningbouw en -verduurzaming, waarmee ze via de private sector duurzaamheidsdoelstellingen proberen te realiseren. De SGP is het zuinigst. De partij laat de totale overheidsuitgaven, in vergelijking met het basispad (‘beleidsarme’ groeivoorspellingen) van het CPB, het meest afnemen. In totaal bezuinigd de SGP bijna 10 miljard euro in de periode 2022-2025.

Uit de doorrekening van de partijprogramma’s blijkt dat alle partijprogramma’s een positief effect hebben op de economische groei in de komende kabinetsperiode, dankzij de bestedingsimpuls die wordt gegeven. De effecten op de werkgelegenheid en de werkloosheid zijn voor meeste partijprogramma’s ook positief of neutraal. Alleen bij de doorrekening van het partijprogramma van de SP voorziet het CPB een lagere werkgelegenheid (in aantal uren) dan het basispad. (Nora Neuteboom)

TONK-regeling van start

Vanaf volgende week kan in veel gemeenten de TONK worden aangevraagd. De TONK is voorlopig de laatste in een hele rij aan corona gerelateerde financiële steun: NOW 1 t/m 3, TOZO 1 t/m 4, TVL, het sociaal pakket voor bij- en omscholing, het schadefonds coronarellen, voucherbanken, subsidieregelingen en natuurlijk sectorspecifieke gelden. De TONK is bijzonder omdat deze regeling voor vrijwel iedereen bedoeld is: zowel ondernemers, zzp’ers, werknemers als werkzoekenden kunnen hem aanvragen. De TONK wordt toegekend aan diegenen die door de coronamaatregelen niet in staat zijn om huur, hypotheek, of andere vaste lasten te betalen. De TONK is beschikbaar voor het eerste halfjaar van 2021.

De groep mensen waar het om gaat is groot: ook iemand die begin 2020 in een uitkering belandt vanwege de coronacrisis valt er bijvoorbeeld onder. Het beschikbare bedrag in het gemeentefonds is daarentegen relatief klein: 130 miljoen euro inclusief uitvoeringskosten. Als we de voorzichtige aanname doen dat anderhalf miljoen Nederlanders een coronagerelateerde inkomensterugval hebben meegemaakt en dat 25% daarvan geld tekort komt om de vaste lasten te voldoen, dan is voor hen slechts 52 euro per maand beschikbaar. Dit is uitgaande van 10% uitvoeringskosten en geen geld dat op de plank blijft liggen – twee optimistische aannames bij een gedecentraliseerde uitvoering.

Hier en daar zullen snel handelende gemeenten dankzij de TONK huisuitzettingen of schuldsaneringen kunnen voorkomen. De grote lijn blijft echter dat huishoudens die moeite hebben met vaste lasten het nog een paar maanden moeilijk zullen hebben, waarna de heropende economie mogelijk verlichting biedt. (Piet Rietman)

Nederlandse R&D-doelstelling raakt verder uit beeld door corona

De uitgaven aan Research en Development door bedrijven en overheidsinstellingen namen in 2019 met ongeveer een miljard toe tot ongeveer EUR 17,5 mld. De R&D-intensiteit, oftewel de verhouding tussen R&D-uitgaven en het bbp bleef stabiel op 2,1%, net als in de voorgaande jaren.

De absolute stijging in R&D-uitgaven in 2019 was dus slechts genoeg om de R&D-intensiteit stabiel te houden. Dit terwijl de overheid zich ten doel heeft gesteld om de R&D-intensiteit op te krikken tot 2,5% per jaar. Als het dit doel wil halen, zal zij nog een flinke slag moeten maken, temeer daar de coronacrisis een belangrijke hindernis vormt.

De invloed van de coronacrisis op de R&D-uitgaven is met alleen 2019-cijfers vooralsnog onbekend. Maar de historie leert dat crises vaak een negatief stempel drukken op de meer innovatieve investeringen. De opbrengsten van R&D-investeringen zijn immers met grotere onzekerheid omgeven dan die van conventionele investeringen in fabrieken en machines. In periodes van crisis kiest de ondernemer daarom eerder voor zekerheid dan voor R&D-avontuur.

Die terughoudendheid om risico te nemen heeft ook te maken met de kredietverlening. Gedurende recessies bouwen banken graag zekerheid in. Dit doen zij door bij voorkeur leningen te verstrekken als er een goed onderpand is dat bij faillissementen terug te winnen is. Anders dan bij conventionele investeringen ontbreekt dat vaak bij R&D-investeringen. Het gevolg is dat de ondernemers R&D-investeringen, vaker dan conventionele investeringen, uit eigen middelen financieren. En die zijn schaars, zeker in een tijd van crisis waarin de marges onder druk staan.

De laatste reden waarom de R&D-uitgaven aanjagen nog knap lastig zal zijn, is het monetair beleid. Dat is in crisesperiodes vaak ruim. Recent onderzoek uit de VS zien dat monetair ingrijpen volgend op een crisis eerder conventionele investeringen aanjaagt dan investeringen in bijvoorbeeld R&D.

De afgelopen jaren lukte het niet om te voldoen aan het 2,5%-R&D-uitgavendoel. De coronacrisis lijkt ons nog verder van dit doel af te brengen. De overheid doet er goed aan om juist in tijden van crisis middels gerichte middelen te zorgen dat dit doel wel gehaald wordt. Het nationaal groeifonds is een stap in de goede richting. (Jan-Paul van de Kerke)

Lichte stijging verwacht van de hypotheekrente

De mondiale economie zal dit jaar naar verwachting een herstel laten zien. Het aantal mensen dat gevaccineerd is, neemt toe. Hierdoor verbetert de immuniteit en kunnen overheden voorbereidingen treffen om de contactbeperkende maatregelen los te laten en de economie geleidelijk te openen. Zodra consumenten weer geld kunnen uitgeven, zal de activiteit aantrekken. Overheden proberen hun economieën extra aan te zwengelen. Stimuleringsmaatregelen moeten ervoor zorgen dat de werkgelegenheid terugkeert naar het niveau van vóór de coronacrisis. Vooral in de Verenigde Staten zijn er grootse plannen. Na een eerder steunpakket van USD 900 mld wil de Amerikaanse regering nog een steunpakket van USD 1.900 mld doorvoeren.

Op financiële markten heersen echter twijfels over dit plan. Beleggers denken dat consumenten die tijdens de lockdown weinig konden besteden en noodgedwongen spaarden, hun opgepotte geld alsnog zullen uitgeven. Als dat gebeurt, leidt het plan mogelijk tot een te sterke vraagstijging; dusdanig sterk dat de inflatie oploopt. Vervelend nieuws, want een hogere inflatie gaat doorgaans gepaard met een hogere rente. De tekenen van een rentestijging dienen zich reeds aan. De afgelopen maand is de rente op Nederlandse staatsleningen met een looptijd van 10 jaar, een belangrijke graadmeter voor de hypotheekrente, opgelopen van -0,5% naar -0,2%. Daarmee volgt Nederland het voorbeeld van de Verenigde Staten, waar de overheidsrente nog harder steeg als gevolg van de toegenomen inflatievrees.

De angst voor inflatie werd afgelopen jaar al gevoed door de groei van de geldhoeveelheid. Voorheen was dat een betrouwbare graadmeter voor de toekomstige inflatie. Maar na jaren van een zwakke correlatie is het vertrouwen in het verband tussen de inflatie en de groei van de geldhoeveelheid afgenomen. Dit neemt niet weg dat sommige beleggers nog steeds een relatie tussen de twee grootheden vermoeden. Hun vermoeden wordt versterkt door de meest recente inflatiecijfers. Na een lange periode van dalingen is de inflatie in de eurozone omhoog geschoten van 0,2% jaar-op-jaar in december naar 1,4% jaar-op-jaar in januari. Dat is nog ruim onder het 2%-streefniveau van de Europese Centrale Bank (ECB). Maar als de inflatiestijging in dit tempo doorzet, komt de 2% snel in het zicht. In dat geval moet de ECB ingrijpen en de rente verhogen.

Wij denken echter niet dat het zo ver zal komen. Volgens ons houdt de inflatiestijging geen verband met de groei van de geldhoeveelheid en is deze slechts van tijdelijke aard. De stijging vloeit namelijk voort uit hogere energieprijzen, de door tekorten aan zeecontainers gestegen transportkosten, het gebrek aan capaciteit bij de productie van computerchips en de beslissing van Duitsland om de eerdere btw-verlaging terug te draaien. Zodra het effect van deze tijdelijke prijsopdrijvende factoren wegebt, zal de inflatie weer afzwakken. Structurele factoren zoals de ruime arbeidsmarkt, die een rem zet op de loonstijging, en de overtollige productiecapaciteit bij bedrijven, die de verleiding van prijsverhogingen indamt, zullen na verloop van tijd weer de overhand krijgen. Aangezien de economie ver onder potentieel draait, houden wij er rekening mee dat de inflatie na een stijging dit jaar volgend jaar weer terugvalt.

De ECB ziet evenmin de noodzaak van de inflatie te beteugelen en de rente te verhogen. Integendeel, zij probeert juist de rentestijging in te tomen door beleggers gerust te stellen. Als woorden geen effect sorteren, kan de ECB zwaardere middelen inzetten om de rente laag te houden, bijvoorbeeld door maandelijks nog meer schuldtitels op te kopen of door hier langer mee door te gaan dan zij eerder suggereerde. Aangezien de ECB haar officiële rentetarieven voorlopig ongewijzigd laat, blijft de rente op hypotheekleningen met een korte rentevastlooptijd tot twee jaar laag. De rente op hypotheekleningen met een lange looptijd zal daarentegen stijgen in navolging van de rente op 10-jaars overheidsleningen. De stijging blijft echter bescheiden vanwege de lage inflatie op langere termijn, het opkoopprogramma van de ECB en de felle concurrentie op de hypotheekmarkt. (Philip Bokeloh)

 

 

Het bericht De week van groeifonds, TONK, R&D en hypotheekrente verscheen eerst op Insights.

Source

Categorised in: ABN Amro, Economie, Research