De week van de tweede bbp-berekening, consumptie, werknemers en de scheidingen

  • Flinke aanpassing van het bbp in het eerste kwartaal drukt onze ramingen omlaag
  • Angst voor het virus is weg, daarme is ook de economische schade minder
  • De definitie van een werknemer heeft gevolgen voor de sociale zekerheid
  • Corona leidt niet tot een toename van het aantal scheidingen

[Download niet gevonden]

Flinke aanpassing bbp eerste kwartaal drukt onze ramingen omlaag

Volgens de tweede berekening van het bbp door het CBS. is de Nederlandse economie In het eerste kwartaal niet met 0,5% gekrompen, maar met 0.8%. Een flinke neerwaartse bijstelling die ook groot was in historisch perspectief. Gemiddeld bedraagt het verschil tussen de eerste en de tweede berekening slechts 0,04%.

Het CBS stelde niet alleen het afgelopen kwartaal bij, maar ook het derde en vierde kwartaal van 2020 . Ten opzichte van het voorgaande kwartaal groeide het bbp in het derde kwartaal van 2020 met 7,5%  (was 7,7%) en het vierde kwartaal met 0% (was -0,1%).

In de tweede berekening van het bbp stelt het CBS ook de subcomponenten van de investeringen beschikbaar. Waar het in de eerste berekening enkel het groeicijfer van de totale investeringen toont, specificeert het in de tweede berekening ook de private investeringen en de overheidsinvesteringen.

De totale investeringen in Nederland stegen in het eerste kwartaal met 3% ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Deze groei kwam enkel uit de private sector, de overheidsinvesteringen namen namelijk flink af met 6,1% . Deze flinke afname werd waarschijnlijk veroorzaakt door de lockdownmaatregelen die een groot deel van het eerste kwartaal van kracht waren. De groei van de private investeringen met 4,9% werd gestuwd door de woninginvesteringen door particulieren, die met ongeveer 11% stegen. Bedrijfsinvesteringen kenden eveneens een sterk kwartaal door met 2,6% te groeien.

Vanwege de aanpassingen van de bbp-cijfers van de voorbije drie kwartalen vallen onze groeiramingen voor 2021 en 2022 lager uit. Immers, een diepere val in het eerste kwartaal betekent dat het bbp aan het einde van het jaar eveneens lager uitvalt. Voor 2021 ramen wij nu 3,2% groei  (was 3,7%) en voor 2022 komen onze ramingen uit op 2,7% (was 2,8%). (Jan-Paul van de Kerke)

Nu de angst voor het virus weg is, is daarmee de economische schade ook minder

Ondertussen is het algemeen geaccepteerd dat tijdens de eerste lockdown niet alleen de beperkende maatregelen de economie hebben geschaad, maar ook de reactie van mensen op  het virus. Doordat mensen bang waren om ziek te worden, of misschien zelf ziek waren, besteedden ze minder geld fysiek in sectoren die wel (gedeeltelijk) open waren. Al eerder lieten we zien dat gemeentes die een relatief hoog aantal Covid-19 besmettingen hadden, statistisch gezien ook een grotere daling zagen in de totale fysieke bestedingen. Dit effect wordt geïllustreerd in de twee grafieken hieronder, waarin de totale Covid-19 ziekenhuisopnames en de totale pintransacties in Groningen en Amsterdam zijn geplot. In Groningen bleef de eerste covid-19 golf relatief beperkt, terwijl in Amsterdam het virus sterk om zich heen greep. Het totaal aantal transacties was in Amsterdam na het instellen van de lockdown 50% lager dan in dezelfde periode van vorig jaar. In Groningen was dit circa 30%. Aan het einde van de lockdownperiode waren in Amsterdam de transacties nog niet terug op het oude niveau, terwijl in Groningen het herstel al snel inzette. Dit verschil houdt geen verband met lockdownmaatregelen, want in alle gemeentes was de lockdown even streng en ging deze op dezelfde datum in. Hieruit concluderen we dat consumenten minder gaan uitgeven wanneer het virus zich sneller verspreidt, ongeacht eventuele lockdownmaatregelen.

Maar dit effect trad niet op tijdens de tweede golf. Tijdens de tweede golf – en de daar bijbehorende lockdown maatregelen – vinden we geen statistisch effect van het aantal Covid-19 ziekenhuisopnames op de pintransacties. Dat ik ook te zien in de figuur hieronder. In tegenstelling tot de eerste Covid-19 golf is er geen duidelijk relatie te zien tussen het aantal besmettingen en de pintransacties. Wat wel duidelijk zichtbaar is, is de introductie van de tweede (harde) lockdown halverwege december. In beide gemeentes leidt de tweede lockdown tot een substantiële afname in pintransacties van ongeveer 40%.  We concluderen dat de economische schade in de het eerste kwartaal van dit jaar voornamelijk ten laste kan worden gelegd van de lockdown maatregelen en niet een consequentie is geweest van gedrag ten opzichte van het virus. Nu de lockdown maatregelen grotendeels zijn opgeheven, neemt dat dus de grootse barrière voor het consumeren weg. Hoewel het virus nog niet overwonnen is – en er een delta variant op de loer ligt – denken we dat de consumptie flink zal aantrekken in het tweede kwartaal van dit jaar omdat de gedragscomponent jegens het virus nauwelijks een rol meer speelt. (Nora Neuteboom)

Wat is een werknemer?

Deze week werd twee keer de vraag gesteld wat een werknemer is. Ten eerste in een rechtszaak tegen Uber. Dit type rechtszaken over zogenoemde “schijn-zzp” zijn er de laatste jaren meer geweest in verschillende Europese landen. Werkenden klagen een platformbedrijf aan en betogen dat zij geen zzp’er zijn. Rechters gaan hier steeds vaker in mee door te concluderen dat er bijvoorbeeld een gezagsrelatie is, of een ander aspect dat een arbeidsovereenkomst impliceert. Zo worden platformbedrijven stapje voor stapje teruggedrongen en krijgen werkenden iets meer zekerheden. Er zit beweging in en de belangentegenstelling is klassiek sociaaleconomisch: bedrijven versus werkenden.

Hoe anders is het rondom huishoudelijke hulp, een onderwerp waar al tien jaar geen beweging in zit. Deze week in 2011 werd ILO-conventie 189 aangenomen, die stelt dat de huishoudelijke hulp een werknemer is en als dusdanig beschermd dient te worden. Nederland heeft deze conventie nog niet geratificeerd. De ILO is het internationale overleg van overheden, werkgevers en werknemers. Deze week werd Nederland dan ook door alle partijen, inclusief werkgevers, opgeroepen de conventie te tekenen. Werkgevers – denk aan bijvoorbeeld schoonmaakbedrijven – hebben er geen belang bij dat er een circuit is waarin huishoudens mensen inhuren zonder al te veel rechtsbescherming. De belangentegenstelling is wat minder klassiek: huishoudens versus huishoudelijke hulpen.

Dit atypische karakter zou ons er niet van moeten weerhouden huishoudelijke hulp en vergelijkbaar werk te zien als serieus economisch onderwerp. Stel dat een gemiddeld Nederlands huishouden 500 euro per jaar uitgeeft aan ‘persoonlijke dienstverlening’ – huishoudelijke hulp, mantelzorg, bijles, de hond uitlaten of de heg snoeien – dan gaat er ruim 4 miljard Euro per jaar in om. Dankzij onder andere de ‘Regeling dienstverlening aan huis’ is dit deels belastingvrij en zijn er niet al teveel andere regels of randvoorwaarden.

Dat is, zoals de SER vorig jaar concludeerde, gunstig voor het creëren van nieuwe werkgelegenheid, voor het verhogen van de arbeidsparticipatie van met name vrouwen en voor het inschakelen van nog onbenut arbeidspotentieel. Tegelijkertijd is er, als we bijvoorbeeld naar schoonmaakwerk kijken, een gebrek aan bescherming. Zeker in grote steden werken huishoudelijke hulpen, vaak zonder geldige verblijfsstatus, in veel gevallen voor een inkomen onder de armoedegrens dat bij ziekte geheel wegvalt.

Als we, in lijn met de ILO-conventie, huishoudelijke hulpen beschouwen als werknemers, neemt de bescherming toe en gaat de vraag naar goedkope arbeid op zoek naar andere gaten in het systeem. Waarna die weer gedicht worden. Die eeuwige wisselwerking is de grote gemene deler tussen de huishoudelijke hulp en de Uber-chauffeur. (Piet Rietman)

Corona, de ultieme relatietest

Steeds meer Europese landen veranderen van kleur, van rood naar oranje en straks hopelijk allemaal weer naar groen. Dat betekent dat wij weer aan vakantie kunnen denken, de ultieme relatietest. Ga een week in een tent zitten -voor sommigen is een dag al voldoende- en je weet of het tijd is voor gezinsuitbreiding of dat het beter is als de wegen van elkaar scheiden.

Het afgelopen jaar zullen veel mensen het idee hebben gehad dat zij in een tent leefden, samen met hun huisgenoten thuis achter de voordeur. Buitenshuis viel er vanwege de sluiting van de horeca en andere openbare gelegenheden weinig te beleven. Zelfs de kantoortuin was voor velen van ons onbereikbaar, waardoor wij thuis meer dan ooit op elkaar waren aangewezen.

Wie denkt dat deze collectieve relatietest tot een toename van het aantal scheidingen heeft geleid, komt bedrogen uit. De sinds 2015 ingezette daling zette juist door. In 2020 hebben er tegen 32.000 stellen hun huwelijk of geregistreerd partnerschap laten ontbinden, zo’n 1.000 minder dan het jaar ervoor. De daling zit vooral bij gehuwde partners. Zou de gelofte om elkaar ook in moeilijke tijden trouw te blijven dan toch verschil maken?

Ook op het front van partnerschapsvorming was de pandemie een beproeving. In totaal zijn er slechts 74.000 huwelijken en geregistreerde partnerschappen gesloten, een daling van 11.000 ten opzichte van 2019. De daling houdt waarschijnlijk verband met de beperkte mogelijkheden voor feestjes. Met een beetje geluk mogen wij die deze zomer inhalen, maar dan moeten wij natuurlijk niet met zijn allen tegelijk op vakantie gaan. (Philip Bokeloh)

Het bericht De week van de tweede bbp-berekening, consumptie, werknemers en de scheidingen verscheen eerst op Insights.

Source



Categories: Economie, Research