De week van de faillissementen, het pensioen, thuiswerken en nieuwe maatregelen

  • Historisch lage faillissementscijfers betekenen hoe dan ook flinke toename als coronasteun afgebouwd wordt
  • Inzicht in je pensioen is essentieel, nieuw rapport van de AFM helpt daar bij
  • Economische impact van nieuwe maatregelen valt mee, maar bepaalde sectoren sterk geraakt
  • Thuiswerken en gendergelijkheid vereisen een nieuwe moderne visie op werk

[Download niet gevonden]

Historisch lage faillissementscijfers betekenen hoe dan ook flinke toename als coronasteun afgebouwd wordt

Het aantal faillissementen dat in Nederland per kwartaal uitgesproken wordt blijft maar dalen. Waar we in het eerste kwartaal nog dachten dat de bodem in zicht was, viel het aantal faillissementen in het tweede kwartaal weer 7% lager uit. Je hoeft geen gepromoveerd econoom te zijn om de oorzaak te duiden: de coronasteun, die recent verlengd werd tot het einde van het derde kwartaal. Ook vooruitkijkend zal het aantal faillissementen dus nog laag zijn.

Lage faillissementen wijzen op teruglopende dynamiek en daarmee minder efficiëntie in het Nederlandse bedrijfsleven. Ook in periodes van hoogconjunctuur zijn er faillissementen. Het gemiddeld aantal bedrijven dat in de periode 2015 tot eind 2019 per kwartaal failliet ging was 1115, daar zaten we in het tweede kwartaal met 455 ver vandaan. Dit lage aantal faillissementen is gedeeltelijk opgevangen door enerzijds een toename van ondernemers die vrijwillig stoppen en anderzijds gezonde niveaus van bedrijfsoprichtingen.

In een eerdere weekly schreven we al dat oprichtingen en faillissementen enkel de dynamiek aan de marge vangen. Een grote component van dynamiek blijft daarmee buiten zicht; de herallocatie van arbeid, in simpele bewoording; goed presterende bedrijven groeien en slecht presterende bedrijven krimpen of gaan failliet. In hoeverre de overheidssteun de dynamiek gestopt heeft is dus nog volledig duidelijk.

Kijkend naar het verschil tussen het huidige niveau van faillissementen en dit gemiddelde van 2015 tot eind 2019 dan is hier ook een andere les te trekken. Wanneer de steun wordt afgebouwd en de economie terugkeert naar normale niveaus van faillissementen, dan betekent dat al enorme groeipercentages enkel en alleen omdat de faillissementen nu zo laag zijn.

Stel: na afbouw van de steun keert het aantal faillissementen in het vierde kwartaal terug naar dit gemiddelde van 1115 gefailleerde bedrijven per kwartaal. Dan zal dat in vergelijking tot het tweede kwartaal al een stijging van ruim 140% (!) betekenen. Dat is dus geen tsunami van faillissementen maar slechts een terugkeer naar normale niveaus. (Jan-Paul van de Kerke)

Een pensioen is geen auto, nog niet

De gemiddelde autokoper is beter geïnformeerd over zijn net aangeschafte auto dan over zijn pensioen. Wie een nieuwe auto zoekt, kan namelijk tot in detail nalezen wat voor vlees -of toekomstig schroot- hij in de kuip heeft. Kopers spellen autobrochures tot op de voetnoot uit om auto’s met elkaar te vergelijken en tot een keuze te komen. Vaak met veel plezier, want een auto kopen staat voor velen gelijk aan een cadeautje uitzoeken.

Het laatste kan helaas niet gezegd worden van het pensioen regelen, een thema dat de meesten van ons als taaie, saaie kost beschouwen. Het gebrek aan belangstelling voor het pensioen is een probleem, want er vinden grote veranderingen op dit terrein plaats. Zo zitten geleidelijk steeds meer deelnemers van pensioenregelingen in een premieregeling in plaats van een uitkeringsregeling, waardoor zij minder zekerheid hebben over de hoogte van hun pensioenuitkering.

Bovendien krijgen deelnemers van pensioenregelingen in het kader van de individualisering en de kennelijke behoefte aan maatwerk steeds meer eigen verantwoordelijkheden. Zij komen daarbij voor allerlei keuzes te staan. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om bij pensionering een groot bedrag in één keer op te nemen of aan de mogelijkheid de eerste jaren van pensionering een hogere dan wel lagere uitkering te ontvangen.

De ervaring leert dat deelnemers bij gebrek aan inhoudelijke kennis en beschikbare informatie meestal kiezen voor de pensioenaanbieder geboden standaardopties. Wanneer deelnemers geen gebruik maken van hun keuzemogelijkheden is dat economisch suboptimaal. Met een pensioenpot van liefst EUR 1.900 mld eind vorig jaar brengt dat substantiële kosten met zich mee. Er is dus ruimte voor verbetering.

Tegen deze achtergrond is het een stap vooruit dat Autoriteit Financiële Markten met Sectorbeeld Pensioenen komt. Met dit in de toekomst jaarlijks te publiceren rapport verschaft het meer inzicht in de uitkomsten van de pensioenregelingen. Daarmee stelt het pensioenaanbieders en sociale partners in staat pensioenregelingen met elkaar te vergelijken, te evalueren en uiteindelijk tot afspraken te komen die deelnemers wél in staat stellen de juiste beslissingen te nemen.

Duidelijkheid scheppen over keuzemogelijkheden ten aanzien het pensioen is een belangrijke stap vooruit, maar of dat het eigen pensioen regelen even leuk maakt als een nieuwe auto uitzoeken valt nog te bezien. (Philip Bokeloh)

Nieuwe maatregelen forse tegenvaller voor evenementenbranche, maar weinig impact op de economie

Afgelopen vrijdag zijn er nieuwe maatregelen aangekondigd om de snelle verspreiding van het coronavirus, vooral onder jongeren, tegen te gaan. De horeca moet om middernacht dicht. Entertainment, zoals live optredens en harde muziek, is verboden. Daarnaast geldt voor alle evenementen (binnen en buiten) dat bezoekers op een stoel moeten zitten en dat maximaal twee derde van de capaciteit mag worden benut. Meerdaagse evenementen zijn in elk geval tot 14 augustus niet mogelijk.

Hoewel het voor veel mensen voelt als een grote stap terug, zal de economische schade van deze nieuwe maatregelen meevallen. Gemiddeld besteden consumenten zo’n 2,6% van hun uitgaven aan diensten voor recreatie en cultuur. Daarnaast zijn veel van deze diensten nog wel – onder voorwaarden – mogelijk. Zo kunnen concerten doorgaan, mits er rekening wordt gehouden met de anderhalve meter en het maximum aantal zitplaatsen.

De nieuwe aangescherpte maatregelen zijn met name een enorme tegenvaller voor de evenementenbranche. Deze sector heeft – in tegenstelling tot de meeste andere sectoren – nauwelijks kunnen terugveren in de zomer van 2020 omdat er destijds nog restricties van kracht waren. In aanloop naar de zomer en de volledige heropening steeg de online verkoop van evenementen weer sterk, van een niveau van bijna 0 naar 20% boven het gemiddelde niveau van 2019. Dit herstel zal zich nu waarschijnlijk weer ongedaan maken. Vooral nachtclubs en festivals kunnen niet opereren onder de huidige restricties.

Indirect kunnen de nieuwe maatregelen wel effect hebben op het vertrouwen. Voor veel Nederlanders was het terugdraaien van de versoepelingen ook een signaal dat we (nog) niet van het coronavirus af zijn. Nieuwe varianten, waar het vaccin wellicht minder goed tegen beschermt, zouden ervoor kunnen zorgen dat periodes van aanscherping en versoepeling elkaar opvolgen. Vooralsnog is dit scenario geen onderdeel van ons basisscenario en daarom houden we – ook met de aangescherpte restricties – onze groeicijfers gelijk. We verwachten dat de Nederlandse economie met 3,7% groeit dit jaar. (Nora Neuteboom en Gerarda Westerhuis)

Is ongestoord thuiswerken goed of slecht?

In het gisteren gepubliceerde SCP-rapport ‘Thuis of terug naar kantoor’ worden de plus-en minpunten van thuiswerken voor het welbevinden van werknemers onderzocht. Een groot deel van de conclusies valt samen te vatten als “er is weinig aan de hand”. Zowel thuiswerken in als vóór coronatijd beïnvloedden volgens het SCP de levenstevredenheid niet. Het gemis aan contacten met collega’s was vermoedelijk wel groter bij thuiswerken in de pandemie, maar daar staat tegenover dat thuiswerkers niet meer overuren gingen maken.

Op het gebied van genderongelijkheid was er wel wat aan de hand. Zo blijkt ongestoord thuiswerken lastiger te zijn voor moeders met kinderen onder de 13 jaar. 71% van hen kon vaak of altijd ongestoord werken, tegen 85% van de vaders met kinderen onder de 13. Het SCP noemt traditionele rolpatronen als mogelijke verklaring: kinderen gaan met een vraag of behoefte misschien eerder naar hun moeder, die hier mogelijk ook meer op gespitst is. Als belangrijkste verklaring noemt het rapport dat vaders vaker (57%) dan moeders (32%) een aparte werkruimte thuis hebben.

Het SCP combineert deze verklaringen niet, maar de lezer denkt: als je in je aparte werkkamer zit met de deur dicht, hoor je inderdaad de vraag of zorgbehoefte van je kinderen niet. Het rapport noemt dit ongestoord kunnen thuiswerken door vaders als reden voor de verbeterde aansluiting tussen vaders en hun gezin. Want “misschien ervaren zij daardoor wel de lusten van het thuiswerken (de kinderen vaker zien) maar niet de lasten (vaker gestoord worden)”.

Het gebruik van termen als ‘gestoord’ en ‘lasten’ suggereert dat onderbroken worden bij je werkzaamheden iets negatiefs is. En zo ervaren thuiswerkers dat inderdaad. Maar wat is hier de reden van?

Zijn de hulpvragen van kinderen zo oninteressant? Waarschijnlijk niet – als de kinderen hier buiten werktijd mee zouden komen dan zouden de meeste werknemers/ouders er graag op in gaan. Is het dat werknemers zelf elke minuut van de werkdag liever met hun werk bezig zijn dan met zorgtaken? Dat spoort niet met de veranderende attitudes van werknemers die graag werk en privé nog beter combineren.

Wat vervelend is aan onderbroken worden, is het hebben van een werkgever die niet wil dat je onderbroken wordt. Voor meer gendergelijkheid is niet alleen de inzet van werknemers zelf nodig, maar een modernere visie op werk van zowel werknemers als werkgevers. (Piet Rietman)

Het bericht De week van de faillissementen, het pensioen, thuiswerken en nieuwe maatregelen verscheen eerst op Insights.

Source

Categorised in: Economie, Research