De Nederlandse economie in zicht – Groeiverwachting naar boven bijgesteld, maar herstel in 2021 blijft zwak

  • De Nederlandse economie doet het relatief goed ten opzichte van buurlanden
  • Na de opleving in het derde kwartaal verwachten we dat het bbp in het vierde kwartaal krimpt met 2,7% (k-o-k)
  • Deze krimp is kleiner dan tijdens de eerste golf, met name omdat handel en consumptie redelijk op peil blijven
  • Daarmee komt onze verwachting voor 2020 uit op 4,4% krimp
  • Het herstel in 2021 hangt grotendeels af van hoe effectief en snel er gevaccineerd kan worden
  • We verwachten dat de economie pas echt herstelt in de tweede helft van volgend jaar
  • Voor 2021 verwachten we 3% groei

[Download niet gevonden]

Na het goede derde kwartaal en vanwege de relatief milde effecten van de tweede golf op de economie hebben we de bbp-groeicijfers naar boven bijgesteld

Nadat de Nederlandse economie in het tweede kwartaal van dit jaar fors kromp (-8,5% k-o-k), volgde in het derde kwartaal een sterke opleving (+7,7% k-o-k). Deze opleving was vooral te danken aan het herstel van de consumptie (+9,4% k-o-k) en de uitvoer (+8,6% k-o-k). Vergeleken met dezelfde periode vorig jaar lag het bbp van Nederland in de eerste drie kwartalen  per saldo 2,9% lager. Dat is net iets minder dan de VS en een stuk minder dan de meeste eurozonelanden. Het VK tekende een daling op van 9% in dezelfde drie kwartalen. Maar ook Zweden en Duitsland stonden na 3 kwartalen op -4%.

Nederland doet het relatief goed vanwege een combinatie van factoren. Ten eerst helpt het dat de lockdown tijdens de eerste golf niet zo streng was als in bijvoorbeeld Italië en Spanje. Maar ook de dynamiek van de economie werkt in ons voordeel. Nederland is relatief minder afhankelijk van toerisme en heeft een grote, hoogwaardige dienstenindustrie waar het makkelijker is om thuis te werken. Ook helpt het dat Nederland een goede digitale infrastructuur heeft. Zowel winkels als consumenten hebben zich verplaatst naar de online-omgeving. Een andere, vaak genoemde reden is de grote omvang van het steunpakket, onder andere de NOW en de tegemoetkoming vaste lasten. Dit pakket is inderdaad omvangrijk als we het vergelijken met andere steunpakketten uit het verleden, maar niet in vergelijking met andere landen (zie grafieken hieronder). Onze totale extra steunuitgaven (dus bovenop de reguliere automatische stabilisatoren), inclusief de door de overheid afgegeven leningen en garanties, omvatten zo’n 8,8% van het bbp. Afgezet tegen onze zuiderburen (16%) en onze oosterburen (bijna 40%) is dat zeer bescheiden. Sterker nog, Nederlands totale extra steunuitgaven zijn het minst omvangrijk van alle westerse economieën.[1] 

Effect van de tweede golf minder fors dan van de eerste golf

De ‘tweede golf’ is in Nederland relatief vroeg begonnen en duurt nog steeds voort. In onze berekeningen voor het vierde kwartaal houden we er rekening mee dat de huidige maatregelen van het kabinet om het virus in te dammen nog tot medio januari zullen duren. Op basis van de hoogfrequente indicatoren (transactiedata en mobiliteitsdata) verwachten dat de economie in het vierde kwartaal van dit jaar krimpt met 2,7% k-o-k, daarmee is de terugval een stuk kleiner dan tijdens de eerste golf (-7,7%). Waarom?

Zoals de grafiek hieronder aantoont, blijft de consumptie beter op pijl dan tijdens de eerste golf. Hier speelt een statistisch effect mee. De consumptie lag in de zwaar getroffen sectoren al veel lager door de eerste golf. Vanaf dit lagere niveau kon de consumptie niet nog eens zo hard omlaag als tijdens de eerste golf. Daarnaast zijn de maatregelen om het virus in te dammen minder streng dan tijdens de eerste golf. Verder lijkt de factor ‘angst’ minder groot. We schreven eerder dat niet alleen lockdownmaatregelen de economie schaden, maar ook het gedrag van mensen in reactie op het virus. Doordat mensen uit angst binnen blijven, besteden ze minder in fysieke vestigingen in de sectoren die wel (gedeeltelijk) open zijn. Uit de hoogfrequente transactie- en mobiliteitsdata blijkt dat dit tijdens de tweede golf minder aan de hand is dan tijdens de eerste golf. Hoewel thuiswerken ook nu geadviseerd wordt, blijkt uit Google Mobility data dat minder mensen zich hieraan houden. Een vierde reden is dat ondernemers beter voorbereid zijn. Ondertussen hebben ze hun digitale afzetkanalen leren bedienen.

Verder blijft ook de internationale handel overeind. Net als in Nederland, valt bij veel belangrijke handelspartners de consumptie niet zo ver terug als tijdens de eerste golf. In de eerste golf kromp de wereldeconomie door een vraagschok als gevolg van lockdowns en een aanbodschok doordat grote delen van de Chinese maakindustrie stil lagen. Deze aanbodschok ontbreekt nu. China heeft het virus onder controle en in het Westen draait de maakindustrie grotendeels door.

De economische activiteit zal ook minder terugvallen, omdat de begrotingssteun en het monetaire stimuleringspakket nu op volle kracht draaien (ref: visie rente en euro). In een eerdere analyse voorspelden we al dat de het aantal aanvragen bij NOW-3 groter zou zijn dan bij NOW-2. Op de eerste dag van de opening van de NOW-3 regeling kwamen er 7000 aanvragen. Bij de NOW-2 waren dat er 5500. Daarnaast helpt het ruime monetair beleid van de ECB de rente laag te houden en de kredietverschaffing op peil te houden.

Het herstel in 2021 hangt grotendeels af van hoe effectief en snel er gevaccineerd kan worden…
We veronderstellen (zie figuur onderaan) dat in het eerste halfjaar van 2021 een gedeelte van de populatie zal worden ingeënt: met name de ouderen, mensen met een onderliggende aandoening en zorgmedewerkers. Terwijl dit proces gaande is, kan een gedeelte van de restricties langzaam worden opgeheven (voor een uitgebreid verhaal over onze onderliggende assumpties, zie hier). Toch zal de regering waakzaam blijven om een heropleving te voorkomen. Daarom verwachten we dat de overheid de maatregelen pas in de tweede helft van 2021 zal terugdraaien. In 2021 zullen ook de oplopende werkloosheid, de uitgestelde investeringen van bedrijven en de toenemende bedrijfsfaillissementen de economie parten spelen. Dan is er tot slot nog de Brexit. We verwachten weliswaar een handelsverdrag tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, maar ook in dit gunstige scenario krijgt de Nederlandse uitvoer klappen. We berekenden al eerder dat een Brexit de Nederlandse economie in de komende jaren 0,7% bbp-groei kan kosten. Deze factoren meewegend houden wij er rekening mee dat het bbp in het eerste halfjaar van 2021 met gemiddeld 1% zal stijgen en in de tweede helft van 2021 met 2,3%. Al met al verwachten wij een bbp-groei van 3% in 2021, waardoor het bbp-niveau pas aan het einde van 2021 weer op het pre-corona niveau zit.

[1] Daarbij moet wel worden aangetekend dat in Nederland de zogenaamde automatisch stabilisatoren (uitkeringsuitgaven en belasting- en premie-inkomsten), al vrij omvangrijk zijn. Zo stimuleert de overheid de economie al bij een economische terugval zonder dat zij daarvoor extra maatregelen hoeft te nemen. Nederland een relatief goed sociaal vangnet en werknemers zijn, vergeleken andere landen, relatief goed beschermd (streng ontslagrecht en het niet open kunnen breken van cao’s)

 

Het bericht De Nederlandse economie in zicht – Groeiverwachting naar boven bijgesteld, maar herstel in 2021 blijft zwak verscheen eerst op Insights.

Source

Categorised in: ABN Amro, Economie, Research

%d bloggers liken dit: