ABN Amro: Kan de Chinese draak blijven vliegen?

In 2020 hebben de Chinese beleidsmakers de informele doelstelling uitgesproken om het bbp tegen 2035 te verdubbelen. Dat zou neerkomen op een gemiddelde economische groei van 4,7% in 2021-35. Als China deze doelstelling zou halen, zou het land de middeninkomensval achter zich laten en binnen enkele jaren de status van hooginkomensland bereiken.

Op het eerste gezicht lijkt dit alles wel haalbaar, gelet op het gemiddelde groeicijfer van 8,7% in 2002-2020. Sinds 2010 is de Chinese groei echter aanzienlijk vertraagd, terwijl de uitdagingen voor het toekomstige groeipad toenemen. Wij analyseren deze uitdagingen – daarbij lering trekkend uit de ervaringen van Japan en Zuid-Korea – en schetsen drie illustratieve scenario’s voor het toekomstige groeitraject van China. De belangrijkste uitdagingen liggen op het gebied van:

  • Geopolitiek/productieketens: Nu China opkomt als een autocratische wereldmacht en voornaamste strategische rivaal, is de aanvankelijk geleidelijk verbeterende relatie met het Westen omgeslagen en nemen de geopolitieke spanningen toe. De spanningen tussen de VS en China zijn onder de regering-Biden blijven bestaan. Biden legt meer de nadruk op het herstellen van traditionele bondgenoot-schappen en tracht van daaruit de druk op China te vergroten. Na de handelsoorlog en de pandemie bestaat het risico dat productieketens zich sneller uit China zullen verplaatsen. Wij verwachten dat dergelijke verschuivingen over het algemeen (behalve voor enkele specifieke goederen) geleidelijk zullen verlopen, gezien de grote belangen die op het spel staan voor wereldwijd opererende bedrijven. Daarmee krijgt China wat tijd om zich aan te passen en te diversifiëren.
  • Efficiëntie/technologie/productiviteit: Sinds ongeveer een jaar is Peking veel strenger gaan optreden tegen internetgerelateerde bedrijven en zijn de beleidsmakers meer nadruk gaan leggen op common prosperity (gemeenschappelijke welvaart). Dit alles heeft beleggers verrast. Wij zien het aanscherpen van de regelgeving op dit vlak niet als een "algemene aanval op technologie". Peking beschouwt de high tech industrie immers nog altijd als een belangrijke motor van technologische vooruitgang. De vraag is of het institutionele kader voldoende productiviteitsgroei zal blijven genereren. Ervaringen uit het verleden met Japan en Zuid-Korea suggereren dat het "gemengde" ontwikkelingsmodel van China – met enige modernisering – nog wel een aantal jaren zou kunnen werken. Ondertussen moet Peking ook sturen op de verwachte daling van de bevolking en de beroepsbevolking, alsmede op een kloof op onderwijsvlak. Intussen is er nog ruimte voor verdere verstedelijking.
  • Schuld: De recente schuldproblemen bij grote bedrijven zoals Evergrande is een weerspiegeling van China’s hoge schulden en het in het verleden gevoerde leenbeleid, zeker in de vastgoedsector. China’s hoge schuldniveaus zetten op langere termijn inderdaad een rem op de groei, ook al is een harde landing op macroniveau als gevolg van de schuld niet ons basisscenario. Aangezien de Chinese schuld voornamelijk bestaat uit leningen in lokale valuta door Chinese banken aan Chinese bedrijven, is het onwaarschijnlijk dat buitenlandse investeerders de aanzet zullen geven tot een schuldencrisis. Pekings tolerantere houding ten aanzien van wanbetalingen – nu het impliciete garantieraamwerk steeds meer wordt verlaten – toont echter aan dat schuldeisers zich ervan bewust moeten zijn dat wanbetaling soms ook een vorm van schuldafbouw is.
  • Klimaat: China is ’s werelds grootste CO2-uitstoter, maar ook de grootste investeerder in schone energie. De enorme klimaatambities van het land (koolstofuitstoot piekt vóór 2030, klimaatneutraal vóór 2060) zullen gevolgen hebben voor afzonderlijke sectoren en regio’s, met name regio’s die achterblijven in de energietransitie. Peking zal waarschijnlijk enige groeivertraging tolereren als dat nodig is om de klimaatdoelstellingen te halen, maar – zoals blijkt uit een recente energiecrisis en de daaropvolgende versoepelingsmaatregelen – niet tegen elke prijs. Wij denken dat potentieel pijnlijke afwegingen later in het transitieproces duidelijker zullen worden. Tegelijkertijd kunnen investeringen in de energietransitie ook economische groei genereren, bijvoorbeeld als China wereldleider wordt in de productie en export van elektronische voertuigen of andere producten die nodig zijn in de wereldwijde energietransitie.
  • Het toekomstige groeipad van China zal in grote mate afhangen van de mate waarin het land deze uitdagingen effectief het hoofd zal weten te bieden. Onze analyse resulteert in drie mogelijke (illustratieve) scenario’s voor het langetermijngroeipad van China:
  1. Doormodderen. In dit scenario wordt ervan uitgegaan dat China zijn belangrijkste uitdagingen over het algemeen redelijk goed zal aankunnen en dat de economische groei vanaf 2022 het pad van de geleidelijke groeivertraging weer hervat. In dit scenario ligt de gemiddelde groei in 2021-2035 iets lager dan de jaarlijkse 4,7% die nodig is om Pekings informele doelstelling van een verdubbeling van het BBP tegen 2035 te halen. Volgens de huidige classificatienormen van de Wereldbank zal China in 2023 echter de status van hooginkomensland bereiken.
  1. Confrontatie. In dit scenario verhardt de houding van het westen tegenover China, lopen de spanningen op het gebied van handel en technologie hoog op en verandert strategische concurrentie in een strategische confrontatie. De afweging tussen het veiligstellen van de groei enerzijds en financiële stabiliteit/milieu anderzijds wordt moeilijker. Dit alles impliceert een sterkere groeivertraging ten opzichte van het "doormodderscenario". De jaarlijkse groei zou gemiddeld 3,3% bedragen in 2021-35. De informele doelstelling om het bbp tegen 2035 te verdubbelen wordt niet gehaald. Het bbp per hoofd zou in 2035 ongeveer 15% lager liggen dan in het “doormodderscenario". Het directe effect zou een daling van de mondiale bbp-groei met 0,2 procentpunt per jaar betekenen, maar er zijn belangrijker tweede-ronde-effecten.
  1. Samenwerking. In dit scenario leidt de noodzaak om met China samen te werken in mondiale aangelegenheden – met name op klimaatvlak – tot betere betrekkingen met het Westen. China zou profiteren van vergelijkbare rugwind als Japan en Zuid-Korea in de vorige eeuw, hoewel de stimulans om samen te werken nu ligt in de strijd tegen klimaatverandering in plaats van die tegen het communisme. Dit helpt China om hogerop te komen in technologische waardeketens en om zijn rol te versterkend in de productie van goederen die nodig zijn om de mondiale energietransitie te ondersteunen. Het verbeterde externe klimaat helpt het beheer van binnenlandse aangelegenheden vereenvoudigen. De groei houdt beter stand dan in het “doormodderscenario” en bedraagt in de periode 2021-35 gemiddeld 5,2 %. Beijing zou zijn informele doelstelling om het bbp tegen 2035 te verdubbelen, ruimschoots halen. Het bbp per hoofd zou in 2035 15% hoger liggen dan in het ‘doormodderscenario’.
Illustratieve scenario’s lang-termijn groeipad China BBP per hoofd in de drie illustratieve scenario’s
Jaarlijkse groei reële bbp, % (schattingen vanaf 2021) Bbp per hoofd, nominaal, in USD (schattingen vanaf 2021))
Bron: ABN AMRO Economisch Bureau, EIU Bron: ABN AMRO Economisch Bureau, EIU


Categories: Research